Radioactiviteit Samenwerking Informatiecentrum Radioactief afval NIRAS Afvalbeheer

 

Homepage
Zoek Contact Site map Jargon Links Taalkeuze
korte historiek
participatieve benadering van NIRAS
NIRAS nadert het einde van de opdrachten die haar werden toevertrouwd
rapport ter voorbereiding van de overhandiging door NIRAS aan de federale regering van de dossiers van de lokale partnerschappen
stand van zaken op 30 mei 2005
de bergingsconcepten van de partnerschappen


Korte historiek

Op 16 januari 1998 opteerde de Belgische regering voor een definitieve oplossing of een oplossing die definitief kan worden voor het langetermijnbeheer van het afval van categorie A (laag- of middelactief en kortlevend afval). Deze oplossing moet tevens progressief, flexibel en omkeerbaar zijn. Met deze beslissing koos de regering dus voor berging en wees ze langdurige opslag af. NIRAS kreeg bijgevolg van de regering de opdracht om de bergingsoplossing verder uit te werken.

Voor het afval van categorie A moet deze oplossing gecontroleerd worden gedurende een periode van 200 tot 300 jaar. Na deze periode is de radioactiviteit in het afval vervallen tot een niveau dat het mogelijk maakt de site in alle veiligheid te hergebruiken.

De regering heeft NIRAS tevens de opdracht gegeven:

zich bij haar onderzoek te beperken tot de bestaande nucleaire zones (Mol-Dessel in de Antwerpse Kempen, Fleurus-Farciennes in de provincie Henegouwen, en de twee sites waarop de Belgische commerciële kerncentrales gevestigd zijn: Doel en Tihange) en tot de zones waar de lokale autoriteiten interesse toonden.
een methodologie en een beheer- en overlegstructuur uit te werken met alle betrokken partijen, die het mogelijk maken dergelijk project op lokaal niveau te integreren.

Naar aanleiding van deze beslissingen is NIRAS gestart met grondig onderzoek naar de aanvaardbaarheid, de technische uitvoerbaarheid, de kostprijs en de veiligheid van een langetermijnoplossing voor het afval van categorie A in de nucleaire zones van Fleurus-Farciennes en Mol-Dessel. Er zijn twee technische opties mogelijk:

oppervlakte- of halfingegraven berging

diepe berging

Dit is een technische keuze die de federale regering zal moeten maken. NIRAS verricht het nodige studiewerk en formuleert aanbevelingen om ze hierbij te helpen.

______________________________________________________________________


De participatieve benadering van NIRAS

Begin 1998 startte NIRAS met een grondige herziening van haar werkprogramma voor het onderzoek en de ontwikkeling van een oplossing voor het langetermijnbeheer van laag- en middelactief afval met korte levensduur, ook afval van categorie A genoemd. Steunend op de verworven ervaring en rekening houdend met de beslissing van de ministerraad van 16 januari 1998, deed ze immers afstand van de methodologie die ze tot dan toe had gevolgd — een zeer klassieke ingenieursbenadering — om ze te vervangen door een op inspraak gerichte benadering.

In deze benadering werd veel plaats ingeruimd voor de bekommernissen en wensen van de inwoners van de gemeenten die, zo hoopte zij, gunstig zouden antwoorden op haar voorstel om samen met de instelling, in het kader van een partnerschap, aan dit dossier te werken. Het voorstel van NIRAS leidde tot de oprichting van drie partnerschappen: STOLA-Dessel in Dessel, MONA in Mol en PaLoFF in Fleurus–Farciennes. Elk van deze partnerschappen had als opdracht een technisch voorontwerp van berging te ontwikkelen, geïntegreerd in een breder sociaal-economisch project dat op ruime instemming van de lokale bevolking kan rekenen. Deze samenwerking hield echter geen enkele verbintenis vanwege de betrokken gemeenten in om de latere uitvoering van een dergelijk project op hun grondgebied te aanvaarden.


_____________________________________________________________________________



NIRAS nadert het einde van de opdrachten die haar werden toevertrouwd

In de komende maanden zal zij de dossiers met de geïntegreerde projecten van de verschillende gemeenten waarin partnerschapstructuren werden opgericht, overhandigen aan de federale regering, naarmate zij deze ontvangt. Indien meerdere van deze gemeenten zich bereid zouden verklaren de uitvoering van het door hun partnerschap ontwikkelde voorontwerp van berging op hun grondgebied voorwaardelijk in overweging te nemen, zal een antwoord moeten worden gegeven op de vraag welk dossier verder zal worden ontwikkeld in het kader van een projectfase. Dit zal moeten blijken tijdens de overleg- en onderhandelingsfase die weldra van start zou moeten gaan tussen de verschillende betrokken actoren (producenten, federale, regionale en gemeentelijke overheden, opvolgingsstructuren, en NIRAS).

____________________________________________________________________________


Rapport ter voorbereiding van de overhandiging door NIRAS aan de federale regering van de dossiers van de lokale partnerschappen


Ter voorbereiding van de overhandiging van de dossiers aan de voogdijminister heeft NIRAS een rapport opgesteld dat de stand van zaken op 1 januari 2005 geeft en de grote lijnen schetst die zullen worden gevolgd voor de voortzetting van het besluitvormingsproces.

Download het dossier.

____________________________________________________________________________



Hoe ver saan de lokale partnerschappen op 30 mei 2005
?

STOLA-Dessel

Op 5 november 2004 diende STOLA-Dessel een voorstel van geïntegreerd ontwerp voor de berging van categorie A-afval in bij het gemeentebestuur van Dessel. De gemeenteraad van Dessel keurde het eindrapport van STOLA-Dessel – met algemeen akkoord – goed in de zitting van 27 januari 2005. Daarmee is Dessel de eerste Belgische gemeente die zich – onder welbepaalde voorwaarden – kandidaat stelt om een bergingsinstallatie voor categorie A-afval te herbergen op hun grondgebied.
Het dossier met het geïntegreerde bergingsproject van Dessel is op 29 april jl. besproken in de raad van bestuur van NIRAS, en dan overhandigd aan de voogdijminister, de heer M. Verwilghen.

Wilt u er meer over weten? Raadpleeg dan de website
STOLA.


MONA


Op 27 januari 2005 overhandigde het partnerschap Mols Overleg Nucleair Afval vzw, kortweg MONA, zijn advies aan de gemeentelijke overheid van Mol. De gemeenteraad van Mol het voorstel van geïntegreerde berging van MONA in de zitting van 25 april ll.
Het dossier van MONA wordt in op 24 juni e.k. besproken in de raad van bestuur van NIRAS. Dan zal NIRAS het ook overhandigeb aan haar voogdijminister.


Wilt u er meer over weten? Raadpleeg dan de website MONA.


PaLoFF


Het eindrapport van het partnerschap PaLoFF in de Waalse gemeenten Fleurus en Farciennes wordt volgens de huidige planning verwacht inhet najaar 2005. Ook de beslissing van de gemeenteraden wordt nog later dit jaar verwacht.

Wilt u er meer over weten? Raadpleeg dan de website PaLoFF.

____________________________________________________________________________

De bergingsconcepten

Het concept van oppervlakte- of halfingegraven berging

Om het afval van categorie A te isoleren van mens en milieu, zou een bergingsinfrastructuur ontworpen kunnen worden aan de oppervlakte of net onder de oppervlakte, op een plaats waar het mogelijk is installaties te bouwen die een voldoende integriteit bewaren gedurende minstens de controleperiode van 200 à 300 jaar.

Iedere bergingsinstallatie moet worden aangepast aan de kenmerken van de ondergrond waarin ze gebouwd wordt. Op de nucleaire site van Mol-Dessel wordt een concept van oppervlakteberging bestudeerd door de lokale partnerschappen. Op de nucleaire site van Fleurus-Farciennes wordt daarentegen een concept van halfingegraven berging bestudeerd.



Het concept van Dessel


Hiernaast het concept van oppervlakteberging van Mol-Dessel. Onderaan de betonnen caisson waarin de vaten met geconditioneerd afval per vier worden geplaatst.

Het concept van Mol


In die concepten is het principe van de multiveiligheidsfunctie van toepassing.

(1) Eerst worden de vaten met geconditioneerd afval per vier in een betonnen caisson geplaatst (afval afkomstig van de ontmanteling van stilgelegde nucleaire installaties kan rechtstreeks in de caisson worden geplaatst). In de caisson wordt cementmortel gegoten om de ruimtes tussen de vaten op te vullen. Hierdoor wordt een monoliet gevormd die het vervoer van het afval tot in de bergingsinstallatie en de eventuele recuperatie ervan vergemakkelijkt; deze monoliet vormt tevens een eerste barrière tussen het afval en de biosfeer.

(2) De tweede barrière wordt gevormd door de betonnen modules waarin de monolieten worden gestapeld. Als de modules gevuld zijn, worden ze afgedicht met een betonnen plaat.

(3) De derde barrière bestaat uit verschillende lagen die op de betonnen modules worden gelegd. De gebruikte materialen zijn ofwel natuurlijk ofwel kunstmatig. Een vegetatielaag verleent de site een natuurlijk uitzicht.

(4) De berginginstallatie bevat controlegalerijen, waardoor de goede werking ervan permanent kan worden geverifieerd en men, indien nodig, tussenbeide kan komen.


Het concept van Fleurus-Farciennes

Tijdens de studies is gebleken dat de ondergrond van de site van Fleurus-Farciennes niet stabiel genoeg was om een oppervlaktebergingsinstallatie te bouwen. Op 20 tot 30 meter diepte werd een hard gesteente gelokaliseerd dat wel voldoende stabiel is om er de funderingen van een bergingsinstallatie te bouwen. Het lokale partnerschap bestudeert dus een bergingsinfrastructuur die op geringe diepte wordt ingegraven.

Ook in deze bergingsinstallatie is het principe van de multiveiligheidsfunctie van toepassing.

(1) Het afval wordt van de mens en het milieu geïsoleerd in monolieten (de betonnen caissons waarin de vaten met geconditioneerd afval per vier worden geplaatst en de mortel die erop wordt gegoten).

(2) Deze monolieten worden met behulp van een rolbrug in een cilindrische silo gestapeld (in tegenstelling tot de betonnen modules).

(3) De silo is omgeven door een waterondoorlatende muur. Gedurende deze handeling wordt de bergingsinstallatie overdekt om ze te beschermen tegen slechte weersomstandigheden. Als de silo gevuld is, wordt hij afgedekt met een betonnen plaat en een dekking bestaande uit verschillende waterondoorlatende lagen. Deze lagen bestaan uit natuurlijke of kunstmatige materialen.

(4) Ook bij een halfingegraven bergingsinstallatie worden controlegalerijen gebouwd om de goede werking ervan permanent te kunnen verifiëren en, indien nodig, tussenbeide te komen.

_______________________________________________________________


Het concept van diepe berging (voor categorie A-afval)

Het algemene concept van diepe berging dat in België wordt bestudeerd, bestaat uit een netwerk van ondergrondse betonnen bergingsgalerijen (1) die in een weinig verharde kleilaag (2) worden uitgegraven en waarin het afval zou worden geborgen. Deze galerijen zouden verbonden worden met één of meer centrale galerijen (3) die toegankelijk zijn via putten (4).



Diepe berging is geschikt voor de drie categorieën afval. Hoewel de algemene bergingsarchitectuur identiek is, verschillen sommige barrières naargelang de categorie afval die geborgen moet worden. Ook bij een diepe berging is het principe van de multiveiligheidsfunctie van toepassing. Welke zijn de verschillende barrières die gepland worden voor het afval van categorie A?

De vaten met geconditioneerd afval worden eerst per drie in een betonnen driehoekige caisson geplaatst (afval afkomstig van de ontmanteling van stilgelegde nucleaire installaties kunnen rechtstreeks in de caisson geplaatst worden). In de caisson wordt cementmortel gegoten om de ruimtes tussen de vaten op te vullen. Hierdoor wordt een monoliet gevormd die het vervoer van het afval tot in de bergingsgalerijen en de eventuele recuperatie ervan vergemakkelijkt; deze monoliet vormt tevens een eerste barrière tussen het afval en de biosfeer.

De berginginstallatie
bestaat uit een netwerk van ondergrondse betonnen bergingsgalerijen waarin de monolieten worden geborgen. Als alle galerijen gevuld zijn, wordt de installatie volledig afgesloten met een opvullingsmateriaal. Daarmee is de berginginfrastructuur volledig geïsoleerd van de buitenwereld.

De belangrijkste barrière waarop de veiligheid van de bergingsinstallatie berust, is de geologische laag waarin de installatie zou kunnen worden gebouwd, dit wil zeggen een weinig verharde kleilaag. Aangezien deze barrière weinig waterdoorlatend is en een sterk retentievermogen voor radionucliden heeft, zou ze moeten volstaan om de veiligheid op korte en op lange termijn te waarborgen.

_____________________________________________________________________________


Voor meer informatie:
Onze lijst met publicaties (rubriek "Beheer op lange termijn van laagactief kortlevend afval")

Als een of andere term u niet helemaal duidelijk is, raadpleeg dan ons glossarium.