Eerste fase (1974 - 1989)


In mei 1989 overhandigde NIRAS aan haar voogdijminister het rapport SAFIR (Safety Assessment and Feasibility Interim Report) dat de balans opmaakt van het onderzoek uitgevoerd in de periode 1974-1989 inzake het langetermijnbeheer van radioactief afval in diepe kleilagen. Dit rapport concludeerde dat weinig verharde kleilagen, in het bijzonder de Boomse klei, in aanmerking kunnen komen voor de berging van radioactief afval, omdat zij een doeltreffende bescherming bieden op zeer lange termijn:

enerzijds blijkt de Boomse klei een weinig waterdoorlatend gesteente te zijn met een sterk retentievermogen voor radionucliden, waardoor hun migratie naar de biosfeer vertraagd wordt;
anderzijds heeft de Boomse klei een plastisch karakter en een zelfhelend vermogen; breuken en scheuren gaan na verloop van de tijd spontaan dicht.