|
|
|
|||||||||||||||||||||
|
Duurzaam
beheren van radioactief afval wil
zeggen: mens en milieu doeltreffend beschermen
vandaag en zolang het radioactief afval risico's inhoudt.
Voor het beheer op lange termijn van radioactief
afval onderscheiden we drie categorieën, met verschillende
risico's:
Het wetenschappelijke en technische onderzoek van de laatste 30 jaren, zowel nationaal als internationaal, laat NIRAS toe om een Afvalplan op te stellen voor het beheer van categorie B & C met een duidelijke kijk op de verschillende opties en met een weg naar een definitieve oplossing. NIRAS wil in 2010 de regering een Afvalplan aanreiken met een oplossing voor het beheer op lange termijn van afval categorie B & C. Dat plan zal alle gegevens en alternatieven bevatten die de regering zal toelaten om oordeelkundig te beslissen over de strategie voor de toekomst. NIRAS zal vervolgens deze strategische beslissing concreet uitwerken. Dat betekent ondermeer de oplossing verder grondig onderzoeken en bespreken met deskundigen, met haar internationale partners en met de bevolking. NIRAS wenst stapsgewijze en progressief te evolueren naar de concrete realisatie van een langetermijnoplossing voor het afval categorie B & C die maatschappelijk gedragen en politiek aanvaard wordt. De beslissing van de regering moet het voor
NIRAS mogelijk maken om in 2040 klaar te zijn
met de voorbereidingen zodat het bestaande radioactief
afval categorie B & C in passieve veiligheid
kan geplaatst worden. Dit wil zeggen op zo'n manier
dat er niet dagelijks rechtstreekse controle nodig
is. Het hoogactief afval categorie C dat eerst
moet afkoelen zal tegen 2040 voldoende klaar zijn.
NIRAS
streeft naar een duurzame oplossing die deze vier aspecten integreert. De opdracht van NIRAS is begrensd tot het beheer van radioactief afval. Bijgevolg kan er in het Afvalplan of in de dialoog daar rond geen sprake zijn van voorstellen over bijvoorbeeld het energiebeleid van de overheid of over toekomstige nucleaire projecten (met radioactief afval tot gevolg).
Eén
partij betreft een campagne van 96 colli van laagactieve en kortlevende
homogeen gecementeerde concentraten die in 1983 door Electrabel geproduceerd
werden. Deze colli zijn momenteel opgeslagen op site 1 van Belgoprocess.
Het afval werd, volgens de toen geldende praktijken, geconditioneerd
in vaten vervaardigd uit koolstofstaal die niet gegalvaniseerd zijn.
Deze colli waren bestemd om kort na de productiedatum in zee te worden
geborgen. Onmiddellijk na de vaststelling van de abnormale evolutie van de betrokken colli, heeft NIRAS bewarende maatregelen getroffen: de colli werden geïsoleerd, gereinigd en in een tijdelijke verpakking overgebracht in afwachting van een geschikte oplossing die verenigbaar zal zijn met de vereisten van een veilig beheer op lange termijn. De partij van 96 colli is het voorwerp van een specifiek opvolgingsprogramma. De colli werden niet door NIRAS geaccepteerd en blijven eigendom en onder de verantwoordelijkheid van Electrabel. Een tweede
partij betreft 184 colli met laagactief vast afval dat door een onderaannemer
van het SCK·CEN
werd gecementeerd, erfenis van de historische activiteiten van het vroegere
departement Waste van het SCK·CEN
tussen 1983 en 1989 (passief
BP2). Volgens de huidige analyse zijn er nog 1814 colli, geconditioneerd met hetzelfde procédé, die tot nu toe nog geen afwijkingen vertonen. Ze worden onderworpen aan een specifiek opvolgingsprogramma. Een derde partij, behorend tot het passief BP1, betreft colli met laagactief vast afval dat door Belgoprocess in de jaren 80 werd gecementeerd op site 1. Zeven van deze vaten vertonen roestvorming. Hoogstwaarschijnlijk werd ook hier bij de conditionering de beschermende binnenlaag van het gegalvaniseerde vat beschadigd met roestvorming tot gevolg. De omvang van deze partij wordt nog bepaald. Deze verpakkingen zijn opgeslagen op site 1 en zijn onderworpen aan een specifiek opvolgingsprogramma. Ook hier zal voor de vaten met gebreken een geschikte oplossing uitgewerkt worden die verenigbaar is met de vereisten van een veilig beheer op lange termijn. Een vierde partij van beschadigde colli betreft 124 colli gebitumineerd afval, erfenis van de historische activiteiten van het vroegere departement Waste van het SCK·CEN tussen 1983 en 1989. Het bitumineringsprocédé, dat destijds door de conditioneerder werd gebruikt, blijkt niet geschikt te zijn als procédé. De alfabestraling van een bitumenmatrix kan de productie van waterstofgassen via een welbekende fysico-chemische reactie (radiolyse) veroorzaken. In geval van het gebruik van een niet gepaste samenstelling van het afval kan deze radiolyse aanleiding geven tot zwelling van de bitumensubstantie. Deze colli werden in de jaren 90 niet overgebracht naar site 1 van Belgoprocess en blijven voorlopig in gebouw 270 op site 2 in afwachting van een geschikte oplossing die verenigbaar zal zijn met de vereisten van een veilig beheer op lange termijn. Naast deze 124 beschadigde colli, opgeslagen op site 2, heeft NIRAS nog 10 colli geïdentificeerd op site 1 van Belgoprocess, behorende tot dezelfde historische conditioneringscampagnes, die soortgelijke problemen beginnen te vertonen. Er zijn intussen acties ondernomen om de veiligheid van het opslaggebouw te garanderen (isoleren van de meest problematische colli in afwachting van het uitvoeren van corrigerende maatregelen). Volgens de huidige analyse zijn er nog 554 colli, geconditioneerd met hetzelfde procédé, die tot nu toe nog geen gebreken vertonen. Ze worden onderworpen aan een specifiek opvolgingsprogramma.
Iedere
afvalverpakking (in het vakjargon spreekt men van een afvalcollo of
beter nog van een primair collo geconditioneerd afval) - dit is het
geheel bestaande uit radioactieve afvalstoffen en verpakking, waarbij
de radioactieve stoffen eerst verkleind werden qua volume en vervolgens
ingesloten in cement of bitumen - zal aan een "toegangsexamen voor
berging" worden onderworpen. Een afvalverpakking die niet beantwoordt
aan de criteria voor de eindbestemming, zal niet aanvaard kunnen worden.
Derhalve zal een afvalverpakking met gebreken niet als dusdanig geborgen
worden, tenzij deze zodanig wordt behandeld dat ze nadien wel aan de
criteria voldoet om geborgen te kunnen worden, na een voorafgaande nieuwe
evaluatie. De wijze waarop verpakkingen met gebreken zullen worden gecorrigeerd
en uiteindelijk zullen geborgen is het voorwerp van verder onderzoek,
en hangt samen met het bergingsconcept dat uiteindelijk zal worden gekozen.
Ook al is er geen enkel probleem inzake veiligheid, noch voor de omwonenden noch voor de werknemers bij Belgoprocess, heeft NIRAS niet gewacht op een beslissing over de eindbestemming van het afval om al corrigerende maatregelen uit te werken en uit te voeren. Het programma, goedgekeurd door de raad van bestuur van NIRAS op 13 december 2002, omvat onder meer :
In het kader van het saneringsprogramma "passief BP2" - programma dat loopt over 30 jaar - werden corrigerende maatregelen op deze colli niet als een prioriteit beschouwd, omdat noch de veiligheid van de werknemers, noch die van de bevolking op enig ogenblik in het gedrang was. Binnen dit saneringsprogramma werd immers voorrang gegeven aan veel dringender toestanden zoals de behandeling van niet-geconditioneerd bèta/gamma-afval, de sanering van kuip 2000, de overdekking van het Solarium, de bouw van de verwerkingsinstallatie voor HRA/Solarium-afval, de transfer van de conforme colli naar site 1 van Belgoprocess in de jaren 90, ... De betrokken
colli dienen in overeenstemming te worden gebracht met de acceptatiecriteria
die van toepassing zullen zijn bij berging. Formeel gezien kan dit pas
gebeuren als de financiële middelen via het Fonds op Lange Termijn
ter beschikking worden gesteld door de Belgische Staat, wat de overname
van het afval door NIRAS zou betekenen. |
|||||||||||||||||||||
|
|