Radioactiviteit Samenwerking Informatiecentrum Radioactief afval NIRAS Afvalbeheer
Homepage
Zoek Contact Site map Jargon Links Taalkeuze



Het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen verbiedt in België het gebruik van radioactieve stoffen in de opvanginrichtingen van bliksemafleiders (zie artikel 64.1 d).

Sinds de publicatie van dit koninklijk besluit is de plaatsing van een nieuwe "radioactieve bliksemafleider" dus verboden en het verwijderen van de bestaande toestellen verplicht. Indien ze niet geregeld onderhouden zijn, bevinden ze zich vandaag in slechte staat en kan de manipulatie ervan gevaarlijk zijn. (Er bestaat echter een uitzondering voor de opvanginrichtingen van bliksemafleiders die rechtmatig toegelaten waren op 26 oktober 1985. Deze toestellen mogen in werking blijven zolang ze een gunstige attest krijgen van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) of van een erkende instelling voor fysische controle (Controlatom, Technitest of AV-Nucleair) die belast is met de periodieke controle van deze toestellen.

Daarom heeft het FANC, ter uitvoering van het koninklijk besluit van 20 juli 2001, een campagne gelanceerd om de niet-toegelaten bliksemafleiders en de toegelaten bliksemafleiders die geen gunstige attest hebben gekregen, te verwijderen.


Wat houdt de verwijderingsprocedure in?

Stap 1: identificatie van de bliksemafleider

Elke persoon (eigenaar, huurder, hulpdiensten, controleurs van erkende instellingen, derden,...) die een radioactieve bliksemafleider denkt te herkennen (zie illustraties op de website van het FANC), wordt verzocht contact op te nemen met de eigenaar en/of het FANC (contactpersoon: edith.goes@fanc.fgov.be).

Als het echt om een radioactieve bliksemafleider gaat, zal het FANC de verwijdering laten uitvoeren volgens de hieronder beschreven stappen.

Stap 2: afbraak van de bliksemafleider

Het manipuleren van een radioactieve bliksemafleider kan gevaarlijk zijn. Daarom moet de afbraak ervan gebeuren door een gespecialiseerd verwijderingsbedrijf dat beantwoordt aan de veiligheidsvoorschriften die het FANC daarover heeft uitgevaardigd (zie lijst op de website van het FANC).

Het verwijderingsbedrijf voert de afbraak uit conform de voorschriften van het FANC, onder zijn toezicht en/of onder toezicht van een erkende instelling voor fysische controle.

De radioactieve elementen van de bliksemafleider dienen verpakt te worden conform de specificatie van NIRAS aan wie ze later zullen worden overgedragen (zie stap 5). In de praktijk wordt de radioactieve bliksemafleider geplaatst in een plastic verpakking en vervolgens in een stalen vat van 30 liter.

Na de afbraak voert het verwijderingsbedrijf een controle uit om de afwezigheid van alle radioactieve omgevingsbesmetting te bevestigen.


Stap 3: ophaling van de bliksemafleider

De ophaling van een radioactieve bliksemafleider gebeurt door het verwijderingsbedrijf dat daarvoor een transportvergunning van het FANC heeft gekregen, of door een erkende transporteur, conform de toepasselijke veiligheidsvoorschriften.

Stap 4: tijdelijke opslag van de bliksemafleider

De tijdelijke opslag van een radioactieve bliksemafleider in een daartoe bestemde opslagplaats gebeurt door het verwijderingsbedrijf conform de voorschriften van het FANC, onder zijn toezicht en/of onder toezicht van een erkende instelling voor fysische controle.

Stap 5: afvoer van het radioactieve afval naar NIRAS

De afvoer van het radioactieve afval naar NIRAS gebeurt op aanvraag van het verwijderingsbedrijf en van de erkende instelling voor fysische controle (die daarvoor een ophalingsaanvraag voor niet-geconditioneerd afval moeten invullen, een document dat S/L-formulier wordt genoemd).

Na ontvangst van het originele ondertekende S/L-formulier, maakt NIRAS een prijsofferte op in functie van de hoeveelheid bliksemafleiders en de aard ervan.
Het verwijderingsbedrijf en/of de erkende instelling wordt per fax geïnformeerd over de datum waarop het afval zal worden afgevoerd.

De afvoer van het radioactieve afval verloopt conform de specificatie van NIRAS en na betaling van de daaraan verbonden kosten. Het afval wordt afgevoerd door een erkende transporteur.


Stap 6: verder beheer van het radioactief afval door NIRAS

Zodra
het radioactief afval is afgevoerd naar NIRAS, wordt het overgebracht naar de site van het IRE (Institut des RadioEléments) in Fleurus (indien de opvanginrichting van de bliksemafleider krypton-85 of americium-241 bevat) of naar de site van Belgoprocess in Dessel (indien de opvanginrichting radium-226 bevat). Op deze sites wordt het radioactieve afval in alle veiligheid opgeslagen in afwachting van het verdere beheer ervan (verwerking/conditionering).

Het aantal bliksemafleiders dat al naar NIRAS werd afgevoerd, is momenteel relatief beperkt (zie tabel hieronder). Daarom is het lanceren van een verwerkings- en conditioneringscampagne voorlopig niet aan de orde.

Aantal afgevoerde bliksemafleiders per jaar en per model:

Model
'87
'88
'89
'90
'91
'92
'93
'94
'95
'96
'97
'98
'99
'00
'01
'02
'03
'04
'05 '06 '07
Tot.
Kr85
19
27
30
17
7
2
3
0
1
2
2
0
0
1
1
2
7
7
2
8
33
171
Am241
57
40
43
26
19
18
12
5
38
14
17
37
0
29
20
21
57
101
173
111
315
1153
Ra226
84
89
94
38
36
12
21
8
22
34
24
40
9
36
28
31
37
69
212
148
304
1376
Totaal
160
156
167
81
62
32
36
13
61
50
43
77
9
66
49
54
101
177
387
267
652
2700



Voor meer informatie over de verwijderingscampagne voor radioactieve bliksemafleiders, zie de website van het
FANC

Contactpersoon bij NIRAS in het kader van de
verwijderingscampagne voor radioactieve bliksemafleiders:
v.depooter@nirond.be