Radioactiviteit Samenwerking Informatiecentrum Radioactief afval NIRAS Afvalbeheer
 
 




Zoek Contact Site map Jargon Links Taalkeuze


Tengevolge van de beslissing van de ministerraad van 16 januari 1998, ziet NIRAS zich verplicht haar werkmethode te herzien. Deze methode bestond erin op wetenschappelijke basis de sites te selecteren die mogelijk gunstig waren voor de vestiging van een oppervlaktebergingsinstallatie voor het afval van categorie A. Tot op dat ogenblik dacht NIRAS dat de effectieve realisatie van een bergingsinstallatie geen problemen zou geven indien het bewijs werd geleverd dat de geselecteerde site de beste was op technisch vlak.


Wanneer de techniek tegemoet komt aan de lokale gevoeligheden

Vanaf 1994, na de storm van protesten die het rapport NIROND 94-04 had ontketend, beseft NIRAS dat belangrijke parameters over het hoofd zijn gezien in het kader van haar werkmethode. De vestiging van een bergingsinstallatie heeft onvermijdelijk economische, maatschappelijke en ecologische gevolgen. NIRAS geeft zich er rekenschap van dat een berging, ook al is ze technisch uitvoerbaar en volkomen veilig, niet tot stand zal kunnen komen als ze niet aanvaard is door de maatschappij. De beslissing van de ministerraad van 16 januari 1998 sterkt haar in haar mening; ze heeft dan ook een belangrijke impact op de studies die NIRAS wijdt aan het onderzoek en de ontwikkeling van een oplossing voor het langetermijnbeheer van het afval van categorie A. De toepassing ervan vereist immers een grondige herziening van haar werkprogramma. NIRAS beslist daarom de wetenschappelijke en technische methodologie die ze tot dan toe had gevolgd, te vervangen door een benadering waarin de technische en maatschappelijke aspecten gezamenlijk worden behandeld.


De innoverende methodologie van de lokale partnerschappen


Ingevolge het verzoek van de ministerraad, belast NIRAS twee teams van onderzoekers van de UIA – Universitaire Instelling Antwerpen – (vandaag UA - Universiteit Antwerpen) en de FUL – Fondation Universitaire Luxembourgeoise – (vandaag ULg - Université de Liège) met de ontwikkeling van een overlegmethodologie en van de nodige structuren om de maatschappelijke aspecten te integreren in het werkprogramma de NIRAS. Deze methodologie en structuren moeten ruimschoots tegemoet komen aan de wensen en de bekommernissen van de bevolking van de betrokken gemeenten.

Om de geïnteresseerde lokale gemeenschappen de gelegenheid te geven daadwerkelijk mee te werken aan de studies van NIRAS, zetten de onderzoekers een innoverende methodologie op poten: het lokale partnerschap. NIRAS heeft de lokale gemeenschappen uiteraard de vrije keuze gelaten om al dan niet mee te werken aan het onderzoek. Vier gemeenten hebben de wens geuit deel te nemen aan het werkprogramma van NIRAS: Fleurus, Farciennes, Mol en Dessel. De gemeenten Beveren (voor de nucleaire zone van Doel) en Huy (voor de nucleaire zone van Tihange) hebben daarentegen op geen enkel ogenblik belangstelling getoond. De innoverende methodologie van NIRAS heeft concrete vorm gekregen door de oprichting van drie lokale partnerschappen:

STOLA-Dessel (Studie- en Overleggroep Laagactief Afval) in Dessel op 30 september 1999;
MONA (Mols Overleg Nucleair Afval categorie A) in Mol op 9 februari 2000 ;
PaLoFF (Partenariat Local Fleurus-FarciennesFarciennes: lokaal partnerschap Fleurus-Farciennes) op 27 februari 2003.


De hoofdkenmerken van de methodologie van de lokale partnerschappen

Een actieve participatie van de lokale leefgemenschappen
Een geleidelijk, omkeerbaar en democratisch besluitvormingsproces
De onafhankelijkheid van de partnerschappen
De ontwikkeling van geïntegreerde voorontwerpen van berging

___________________________________________


Een actieve participatie van de lokale leefgemenschappen

De lokale partnerschappen hebben de juridische vorm van verenigingen zonder winstoogmerk die voor hun gemeente optreden in de hoedanigheid van adviesorgaan. De idee is dat deze lokale partnerschappen de bevolking van hun gemeente vertegenwoordigen. Een lokaal partnerschap is dus een representatieve democratie op kleine schaal. Daarom is het niet enkel samengesteld uit lokale vertegenwoordigers van de politieke, economische en sociale wereld, maar ook uit gewone burgers. Allen werken samen met de experten van NIRAS. De lokale actoren brengen hun kennis van de lokale context aan terwijl de experten van NIRAS hun technische kennis van het dossier aandragen. De lokale partnerschappen hebben tot doel dat alle lokale belanghebbenden, met zoveel mogelijk verschillende achtergronden en opinies, actief deelnemen aan het besluitvormingsporces. Door het proces open te stellen voor belanghebbenden met wie de gemeenschap zich kan identificeren, wordt de medewerking van de bevolking versterkt. De partnerschappen voeren een actief en open communicatiebeleid. Gedurende heel het besluitvormingsproces worden de leden van de gemeenschap die niet rechtstreeks betrokken zijn bij het partnerschap, regelmatig op de hoogte gehouden van de werkzaamheden.

Overeenkomstig het concept dat ontwikkeld werd door de onderzoekers van de UIA (UA) en de FUL (ULg), zijn de lokale partnerschappen gestructureerd in vier basisentiteiten: een algemene vergadering, een raad van beheer, een coördinatiecel en vier werkgroepen.


De algemene vergadering
De algemene vergadering vertegenwoordigt en legitimeert het partnerschap. Ze is samengesteld uit een vertegenwoordiger Ze is samengesteld uit een vertegenwoordiger van NIRAS en uit vertegenwoordigers van de gemeenteraad en de sociale en economische actoren. Ze bepaalt het algemeen beleid van het partnerschap, controleert de werking ervan en ziet erop toe dat zijn doelstellingen worden bereikt. Het is zij die, na afloop van de werkzaamheden van het partnerschap, de beslissing neemt om een geïntegreerd voorontwerp van berging al dan niet voor te leggen aan de gemeenteraad.

De raad van beheer
De raad van beheer, waarvan de leden zijn benoemd door de algemene vergadering, bestaat eveneens uit een vertegenwoordiger van NIRAS en uit politieke, sociale en economische actoren. De raad van beheer controleert het dagelijks beheer van het partnerschap. Hij beheert het budget, ziet toe op de opvolging en de coördinatie van de werkzaamheden van de werkgroepen en regelt de problemen in verband met de vorming of de wijziging van de samenstelling van de verschillende organen van het partnerschap.

De coördinatiecel
Twee coördinatoren werden voltijds aangeworven voor elk partnerschap. Deze zorgen voor het dagelijks beheer, onder toezicht van de raad van beheer: ze staan in voor de administratieve taken, zetten de nodige communicatieacties op en bieden logistieke en wetenschappelijke steun aan de werkgroepen.

De werkgroepen
De werkgroepen zijn de drijvende kracht van het partnerschap. Ze werken onder toezicht van de raad van beheer en brengen regelmatig verslag uit over hun werkzaamheden. Ze zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van elk van de leden van de algemene vergadering. Het is op hun niveau dat de buitengewone leden, dit wil zeggen burgers die belangstelling hebben getoond om deel te nemen aan de discussies, interveniëren.

Het zijn de werkgroepen die het of de voorontwerp(en) van berging (concepten, technische en veiligheidsmaatregelen,…) concreet uitwerken en aanbevelingen formuleren met betrekking tot hun integratie in een globaal ontwerp (ruimtelijke ordening, gezondheid, leefmilieu, lokale ontwikkeling, enz.). Daartoe kunnen de werkgroepen met name advies aan onafhankelijke deskundigen vragen.

De werkgroep Inplanting en inrichting beheert alle aspecten in verband met de ontwikkeling en de inplanting van het voorontwerp van berging op lokaal vlak. Hij evalueert op kritische wijze het door NIRAS voorgestelde bergingsconcept en past het aan naargelang van de kenmerken van het terrein om er het statuut van voorontwerp aan te verlenen. Hij waakt er tevens over dat in het voorontwerp de nodige elementen worden opgenomen opdat het zou beantwoorden aan de veiligheidscriteria en de criteria inzake ruimtelijke ordening, leefmilieu en gezondheid. Hij laat alle nodige studies uitvoeren door NIRAS of door derden.

De werkgroep Milieu en gezondheid evalueert de gevolgen van de inplanting van een bergingsinstallatie voor het leefmilieu en de gezondheid.

De werkgroep Veiligheid bestudeert de vragen in verband met de operationele en radiologische veiligheid van de toekomstige berging.

De werkgroep Lokale ontwikkeling (het partnerschap PaLoFF heeft er twee) ziet erop toe dat het voorontwerp van berging een sociaal-economische meerwaarde biedt aan de betrokken gemeenten. Hij evalueert met name de maatschappelijke en economische impact van de berging, zoekt naar oplossingen die het mogelijk maken de berging succesvol te integreren op lokaal vlak en raamt de kosten ervan.


Een geleidelijk, omkeerbaar en democratisch besluitvormingsproces

De lokale partnerschappen zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van voorontwerpen van (oppervlakte- of diepe) berging, die geïntegreerd worden in een globaal project dat nieuwe perspectieven biedt aan de betrokken gemeenten en een brede consensus geniet. Het doel van NIRAS is ervoor te zorgen dat het langetermijnbeheer van het afval van categorie A een sociaal-economische meerwaarde biedt aan de streek die uiteindelijk de bergingsinstallatie zal ontvangen. Daarom wenst ze in grote mate rekening te houden met de voorwaarden die door de lokale partnerschappen worden gesteld. Deze voorwaarden kunnen betrekking hebben op zeer diverse sectoren: plaatselijke economie, toerisme, natuur, cultuur, vrije tijd, mobiliteit, welzijn, enz.

NIRAS vond het belangrijk dat de partnerschappen hun zetel zouden hebben binnen de gemeenschap zelf. Daarom beschikt elk partnerschap over lokalen op het grondgebied van de gemeente waar het actief is. Doordat het partnerschap gevestigd is "op het terrein", heeft het een "gezicht", een aanwezigheid in de lokale gemeenschap. In deze lokalen hebben de burgers de mogelijkheid om vragen te stellen, opmerkingen te maken of hun bezorgdheid te uiten over de werkzaamheden van het partnerschap. Experten van NIRAS treden rechtstreeks in gesprek met de lokale gemeenschap; ze krijgen de mogelijkheid om uit te leggen waarom zij menen dat een bepaalde bergingsinstallatie een veilige en gezonde oplossing voor het langetermijnbeheer van het afval van categorie A. De leden van de werkgroepen kunnen de deskundigen van NIRAS rechtstreeks ondervragen of andere deskundigen uitnodigen, wier opinie ze als relevant beschouwen. De vragen en reacties van het publiek kan NIRAS ertoe verplichten bepaalde aspecten van zijn bergingsconcepten opnieuw te bekijken.

Met de oprichting van lokale partnerschappen, heeft NIRAS geopteerd voor een geleidelijk, omkeerbaar en democratisch besluitvormingsproces. Het zijn de lokale bevolkingen in hun geheel die zullen beslissen of een bergingsinstallatie voor het afval van categorie A het daglicht moet zien op het grondgebied van hun gemeente en zo ja, op welke plaats en onder welke voorwaarden. De oprichting van een lokaal partnerschap mag in geen geval beschouwd worden als een definitieve verbintenis van de gemeente die het partnerschap opricht. De betrokken gemeenten en bevolkingen blijven op elk moment soeverein inzake de beslissing om hun samenwerking met NIRAS al dan niet voort te zetten. Het bestaan van een partnerschap betekent dus niet dat er effectief een bergingsinstallatie voor het afval van categorie A zal komen. Er moeten immers nog andere stappen worden genomen om het doel te bereiken.


De onafhankelijkheid van de partnerschappen

Opdat elk partnerschap autonoom zou kunnen werken, ontvangt het een jaarlijks budget van NIRAS. Dit budget wordt beheerd door de raad van bestuur van het partnerschap. Het dient om de algemene kosten te dekken: de lonen van de stafmedewerkers, de operationele kosten (kantoorbenodigdheden, telefoonrekeningen, mailings, elektriciteit, enz.) en de logistieke steun voor de werkgroepen, enz. De partnerschappen kunnen beslissen dat bijkomend onderzoek nodig is op bepaalde gebieden. Dit budget stelt hen ondermeer in staat studies te bestellen die zij noodzakelijk achten en sitebezoeken of andere relevante conferenties te organiseren.


De ontwikkeling van geïntegreerde voorontwerpen van berging


Aan de voorontwerpen van berging, die door de partnerschappen worden voorstelt, zijn een aantal voorwaarden gekoppeld. Deze hebben betrekking op het technisch luik van het project (controle van het bergingssysteem en het afval, gevolgd door de toestand van het leefmilieu en de gezondheid), op de ontwikkeling van het maatschappelijk luik (bijvoorbeeld oprichting van een fonds voor de financiering, over verschillende generaties, van de projecten die de plaatselijke gemeenschap in haar geheel voordeel kunnen brengen). Overeenkomstig de methodologie van de partnerschappen zijn de technische en maatschappelijke aspecten in de eindrapporten van de partnerschappen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wanneer alle stukjes van de puzzel (individuele opmerkingen, ideeën en bekommernissen; rapporten en interventies van deskundigen; belangen van de belanghebbenden; enz.) worden bijeengebracht en een akkoord komt over hoe de puzzel moet uitzien, wordt (worden) het (de) geïntegreerd(e) voorontwerp(en) van berging overhandigd aan de overheid van de betrokkene gemeenten.




___________________________________________


De dossiers van de lokale partnerschappen : stand van zaken


STOLA-Dessel
Op 5 november 2004 overhandigde het partnerschap STOLA-Dessel twee geïntegreerde voorontwerpen van berging voor het afval van categorie A aan zijn gemeentelijke overheden. Begin 2005 zal de gemeenteraad van Dessel moeten zich uitspreken over het voorstel van STOLA. Als hij beslist om zijn samenwerking met NIRAS voort te zetten, zou Dessel, onder bepaalde voorwaarden, de eerste Belgische gemeente kunnen zijn die zich officieel kandidaat stelt om een bergingsinstallatie voor categorie A-afval te herbergen.


MONA
Op 27 januari 2005 heeft ook MONA twee
geïntegreerde voorontwerpen van berging voor het afval van categorie A aan de overheden van Mol overhandigd. In 2005 zal de gemeenteraad van Mol moeten zich concreet uitspreken over het voorstel van MONA. Als hij beslist om zijn samenwerking met NIRAS voort te zetten, zou Mol, onder bepaalde voorwaarden, de tweede Belgische gemeente kunnen zijn die zich officieel kandidaat stelt om een bergingsinstallatie voor categorie A-afval te herbergen.

PaLoFF
Volgens de huidige planning wordt het eindrapport van het partnerschap van Fleurus en Farciennes verwacht in de loop van het eerste semester van 2005.Oook de beslissing van de gemeenteraden wordt nog dit jaar verwacht.



Voortzetting van het participatieproces

Indien de gemeente Dessel zich voorwaardelijk kandidaat stelt voor de vestiging van een bergingsinstallatie voor het afval van categorie A op haar grondgebied, belandt het besluitvormingsproces in een nieuwe fase. Er zullen dan onderhandelingen worden gestart met alle betrokken partijen (met name de gemeenten, de producenten van radioactief afval, de federale regering en NIRAS) over de voorwaarden van deze kandidatuur (maatschappelijke integratie van het project, lokalisatie, formeel akkoord over de financieringswijze, enz.). Pas als al deze partijen formeel akkoord gaan, wordt de kandidatuur van Dessel definitief.

Tijdens deze onderhandelingen zal de lokale participatie een centrale rol verder spelen. NIRAS wenst dat de lokale dynamiek, die ontstaan is uit de jarenlange vrijwillige en totale inzet van tientallen leden van STOLA-Dessel, MONA en PaLoFF behouden blijft. De weg die leidt naar de concrete uitvoering van een bergingsoplossing is uitgezet, maar zal enkel kunnen worden bewandeld in dezelfde geest van participatie als die waarvan men tot nu toe heeft blijk gegeven. De voortzetting van het nauwe interactieproces tussen alle betrokken partijen is bijgevolg van cruciaal belang!


Naar een keuze van de regering in 2006?

Het is onmogelijk te voorspellen hoeveel gemeenten zullen hun voorwaardelijke kandidatuur stellen voor de vestiging van een bergingsinstallatie op hun grondgebied. En zal men tot een formeel akkoord kunnen komen over de voorwaarden (het technisch concept, de maatschappelijke integratie van het project, de locatie en de financieringsmodaliteiten) die gesteld worden bij de verschillende dossiers, zodat de kandidaturen definitief kunnen worden? Volgens NIRAS moet de regering evenwel tegen eind 2006 in staat kunnen zijn één enkele definitieve kandidatuur goed te keuren, of een keuze te maken tussen verschillende definitieve kandidaturen.

De beslissing van de regering zal hoe dan ook de overgang naar een nieuwe fase van het besluitvormingsproject inluiden: de fase waarin de geïntegreerde voorontwerpen van berging het stadium van project zullen bereiken. Deze fase wordt de laatste van het huidige werkprogramma van NIRAS. Ze zal erin bestaan het project tot in de kleinste details uit te werken en de dossiers voor te bereiden voor het verkrijgen van de nodige vergunningen voor de bouw van een bergingsinstallatie. Een bergingsinstallatie (aan de oppervlakte of in de diepte) zal dus ten vroegste in 2015-2020 operationeel zijn. De opvullingsfase zal ongeveer dertig jaar in beslag nemen. Daarna zal kunnen worden begonnen met het overdekken en afsluiten van de installatie. Ten slotte is er nog de controlefase van enkele honderden jaren, waarna de site opnieuw voor andere doeleinden zal kunnen worden gebruikt.


Internationale belangstelling

De Belgische aanpak van de lokale partnerschappen kan op veel internationale belangstelling rekenen. Dat blijkt alleen al uit het feit dat het FSC (Forum on Stakeholder Confidence) van het NEA (Nuclear Energy Agency) van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) er een internationale workshop van vier dagen aan heeft gewijd in november 2003.

_________________

Welke zijn de technische opties die door de lokale partnerschappen worden bestudeerd om het afval van categorie A op lange termijn te beheren? Dat is het thema van onze volgend rubriek.



U vindt niet wat u zoekt? Stuur ons uw vragen en opmerkingen.