In
België staat de kwestie van het langetermijnbeheer van het afval
van categorie A al sinds de Conventie van Londen in 1983 op de agenda.
In dat jaar besliste het land zich immers vrijwillig aan te sluiten
bij een internationaal moratorium dat een einde maakte aan de zeeberging
van radioactief afval.
NIRAS,
de Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen,
die sedert haar oprichting in 1980 belast is met het beheer
van het radioactieve afval in België, start meteen diepgaand
onderzoek naar alternatieven voor de zeeberging.
Van een technische aanpak naar een maatschappelijke
aanpak
Steunend op de ervaring die ze verworven heeft sinds het begin van haar
onderzoek en rekening houdend met de beslissing van de ministerraad
van 16 januari 1998, beslist NIRAS in 1998 haar werkprogramma voor het
langetermijnbeheer van laag- of middelactief en kortlevend afval grondig
te herzien. Ze beseft dat een oplossing, ook al is ze technisch uitvoerbaar
en volkomen veilig, niet zal kunnen worden uitgevoerd als ze niet aanvaard
is door de maatschappij. Daarom beslist NIRAS de wetenschappelijke en
technische methodologie die ze tot dan toe heeft gevolgd, te vervangen
door een methode waarbij de technische
en maatschappelijke aspecten gezamenlijk worden behandeld. De wensen
en bekommernissen van de bevolking vormen sindsdien de grondslag van
de debatten.

Het
dossier categorie
A belandt in een cruciale fase!
Het nieuwe
werkprogramma van NIRAS belandt in een cruciale fase! De werkzaamheden
van de partnerschappen die door NIRAS zijn opgericht, naderen stilaan
hun einde. Op 5 november 2004 overhandigde STOLA-Dessel als eerste zijn
eindrapport aan het gemeentebestuur. Op 27 januari 2005 werd het dossier
van het tweede partnerschap - MONA – overhandigd aan de gemeenteraad
van Mol. De conclusies van het derde partnerschap, dat door NIRAS is
opgericht in de gemeenten Fleurus en Farciennes - PaLoFF – worden
verwacht in de loop van het eerste semester van 2005.
Concreet
hebben STOLA en MONA elk twee voorontwerpen van berging voorgesteld
die geïntegreerd zijn in de lokale context. Indien rekening wordt
gehouden met hun voorwaarden en hun bekommernissen, menen de bevolkingen
van Dessel en Mol - en in afwachting misschien ook die van Fleurus en
Farciennes – dus dat een berging van laag- of middelactief en
kortlevend afval aanvaardbaar is op het grondgebied van hun gemeente.
De bal ligt nu in het kamp van de gemeentelijke overheden. Deze moeten
zich uitspreken over de voorstellen van de lokale partnerschappen, en
beslissen of zij hun samenwerking met NIRAS wensen voort te zetten.
Als dat het geval is, zouden Dessel en Mol – en misschien ook
Fleurus en Farciennes – weldra de eerste gemeenten in België
kunnen zijn die zich officieel kandidaat stellen voor de berging van
radioactief afval op hun grondgebied! De gemeentelijke overheden zullen
de rapporten van de partnerschappen dan officieel aan NIRAS overhandigen,
die ze vervolgens aan de federale regering zal voorleggen.
Jean-Paul Minon, Directeur-generaal, d.d.
Indien u er meer over wilt weten:
Ter gelegenheid van de overhandiging van de eindrapporten van
de lokale partnerschappen, heeft NIRAS de balans opgemaakt van de problematiek
van het langetermijnbeheer van het afval van categorie A in België.
Dit dossier bestaat uit drie delen:
.gif) |
Het
afval van categorie A van naderbij bekeken
In dit eerste deel maakt u kennis met het afval van categorie A:
waar komt het vandaan? Waarop lijkt het? Wat zijn zijn specifieke
kenmerken? enz.; |
.gif) |
De
huidige toestand: veilig en onder controle
In het tweede deel ontdekt u waaruit het systeem bestaat dat NIRAS
heeft opgezet om ervoor te zorgen dat het afval van categorie A
volkomen veilig en onder controle is; |
.gif) |
Een
volkomen veilige toekomst: een haalbare uitdaging
Het laatste deel handelt over het langetermijnbeheer van het afval
van categorie A. Hier komt u te weten op welk niveau het werkprogramma
van NIRAS zich situeert, welke de essentiële fasen van het
programma zijn en, ten slotte, welke weg NIRAS nog moet afleggen,
in samenwerking met de plaatselijke gemeenschappen, om te komen
tot een duurzame oplossing voor dit afval. |
Raadpleeg eveneens ons persbureau
en
de sites van STOLA,
MONA en PaLoFF.