Radioactiviteit Samenwerking Informatiecentrum Radioactief afval NIRAS Afvalbeheer
 
 




Zoek Contact Site map Jargon Links Taalkeuze


Sedert 16 januari 1998 nemen de maatschappelijke aspecten een centrale plaats in in het werkprogramma van NIRAS voor het langetermijnbeheer van het afval van categorie A. NIRAS heeft de technische aspecten van dit beheer echter niet terzijde geschoven. Ze zet haar onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma gewoon voort en waakt erover dat de bergingsoplossingen die zij bestudeert niet alleen uitvoerbaar en technisch veilig zijn maar ook beantwoorden aan de eisen die gesteld werden door de toenmalige ministerraad.

De "berging" als oplossing op lange termijn
Het principe van de multiveiligheidsfunctie
De twee technische opties
Geëxploiteerde bergingssites in het buitenland


De "berging" als oplossing op lange termijn

Een oplossing voor het langetermijnbeheer van radioactief afval moet de garantie bieden dat de nucleaire erfenis die de toekomstige generaties krijgen veilig is en volledig onder controle, zonder dat ze buitensporige technische en financiële lasten te dragen hebben. Over dit doel bestaat zeer grote instemming op internationaal vlak. De verschillende oplossingen die door NIRAS bestudeerd worden om dit doel te bereiken, kunnen worden samengebracht onder de noemer "berging".

Overeenkomstig het principe van de intergenerationele billijkheid, wordt het radioactieve afval zodanig ingegraven in een bergingsinstallatie dat geen enkele actieve interventie meer vereist is van de toekomstige generaties. Een dergelijke interventie blijft echter mogelijk indien deze generaties het nuttig zouden vinden.

Vermits de veiligheid het hoofddoel is van het beheer van radioactief afval, moet de berging te allen tijde en in alle omstandigheden de bescherming van de mens en het leefmilieu tegen de door het afval uitgezonden straling garanderen. In een bergingsinstallatie wordt het radioactieve afval geïsoleerd van de mens en het leefmilieu zolang de straling niet vervallen is en een waarde heeft bereikt waarbij de site volkomen veilig kan worden hergebruikt. Voor het afval van categorie A moet de bergingsoplossing bijgevolg worden gecontroleerd gedurende een periode van 200 tot 300 jaar.


Het principe van de multiveiligheidsfunctie

Om de veiligheid tijdens deze controleperiode te waarborgen, moet de bergingsinstallatie ontworpen zijn volgens het principe van de meervoudige veiligheidsfunctie. Dit principe bestaat uit het gebruik van opeenvolgende en aanvullende barrières die het radioactieve afval isoleren van de biosfeer. Elke barrière heeft zijn eigen functie in het kader van de langetermijnveiligheid van de bergingsinstallatie (ondoorlatendheid, retentie, strijd tegen corrosie, oplossing, oplosbaarheid, diffusie, uitloging, enz.). De verschillende barrières, die ofwel natuurlijk, ofwel kunstmatig zijn, moeten dus elk op hun manier de radioactieve stoffen isoleren en de migratie ervan op lange termijn vertragen.

De barrières worden zodanig geselecteerd of ontworpen dat de algemene prestaties van het bergingssysteem niet afhankelijk zijn van één enkele barrière. Ook al zou één barrière niet volledig volgens plan functioneren – als gevolg van onverwachte of weinig waarschijnlijke gebeurtenissen – blijft niettemin een voldoende grote veiligheidsmarge gewaarborgd.

De twee technische opties

In België worden twee verschillende technische opties bestudeerd om het
afval van categorie A op lange termijn te beheren: oppervlakteberging en diepe berging.


Oppervlakteberging

Om het afval van categorie A ten minste gedurende de controleperiode van 200 tot 300 jaar te isoleren van de mens en het leefmilieu, zou een bergingsinfrastructuur aan de oppervlakte of juist onder de oppervlakte ontworpen kunnen worden. Sinds de regeringsbeslissing van 16 december 1998, zijn de studies van NIRAS met betrekking tot de oppervlakteberging gericht op de nucleaire sites van Mol-Dessel en Fleurus-Farciennes.

Elke bergingsinstallatie moet aangepast zijn aan de kenmerken van de ondergrond waarin ze zal worden gebouwd. Op de site van Mol-Dessel wordt bijgevolg een concept van oppervlakteberging bestudeerd, terwijl voor de site van Fleurus-Farciennes het concept van een halfingegraven bergingsinstallatie overwogen wordt.

Het concept van Mol-Dessel




Hiernaast het concept van oppervlakteberging van Mol-Dessel. Hieronder de betonnen caisson waarin de vaten geconditioneerd afval in groepjes van vier worden geplaatst.

In dit concept is het principe van de meervoudige veiligheidsfunctie van toepassing.

(1) Eerst worden de vaten met geconditioneerd radioactief afval in groepjes van vier in een betonnen caisson geplaatst (sommige afvalstoffen afkomstig van de ontmanteling van stilgelegde nucleaire installaties kunnen rechtstreeks in de caisson worden geplaatst). In de caisson wordt mortel gegoten om de lege ruimtes tussen de vaten op te vullen. De aldus verkregen monoliet biedt het voordeel dat het afval gemakkelijk kan worden vervoerd tot in de bergingsinstallatie en eventueel later kan worden gerecupereerd; hij vormt tevens een eerste barrière die het afval van de biosfeer isoleert.

(2) De tweede barrière bestaat uit betonnen modules waarin de monolieten worden gestapeld. Tijdens de opvullingsfase worden deze modules bedekt om ze te beschermen tegen slechte weersomstandigheden. Daarna worden ze afgesloten door middel van een betonnen plaat.

(3) De derde barrière bestaat uit een waterdichte, meerlagige deklaag van enkele meters dikte die op de betonnen modules wordt geplaatst. De gebruikte materialen zijn ofwel natuurlijk, ofwel kunstmatig. Het geheel wordt overdekt met een vegetatielaag waardoor de site zijn natuurlijk uitzicht behoudt.

(4) De bergingsinstallatie is voorzien van een draineringssysteem en galerijen voor het controleren van het water die het mogelijk maken de goede werking van de installatie permanent te verifiëren en, indien nodig, tussenbeide te komen.

Wilt u er meer over weten? Raadpleeg dan de website van STOLA en MONA.


Het concept van Fleurus-Farciennes

Tijdens de studies is gebleken dat de ondergrond van de site van Fleurus-Farciennes zich niet leende voor de inplanting van een oppervlaktebergingsinstallatie. Op 20-30 meter diepte werd evenwel een vast gesteente gelokaliseerd dat voldoende stabiel is om er fundamenten in te graven. Op deze site wordt dus een halfingegraven of op geringe diepte ingegraven bergingsinstallatie bestudeerd.

In deze bergingsinstallatie is het principe van de meervoudige veiligheidsfunctie eveneens van toepassing.

(1) Het afval wordt geïsoleerd van de mens en het leefmilieu door middel van monolieten (de betonnen caissons waarin de vaten geconditioneerd afval in groepjes van vier worden geplaatst en de mortel die eroverheen wordt gegoten).

(2) Deze monolieten worden gestapeld door middel van een rolbrug in een cilindervormige betonnen silo (in plaats van rechthoekige modules).

(3) De silo wordt ingesloten door een ondoorlatende wand die het afval isoleert van het water. Tijdens de opvullingsfase wordt de bergingsinstallatie overdekt om ze te beschermen tegen slechte weersomstandigheden. Daarna wordt ze afgesloten door middel van een betonnen plaat waarop een meerlagige waterdichte laag van enkele meters dikte wordt gelegd. Deze deklaag bestaat uit natuurlijke en kunstmatige materialen. Het geheel wordt overdekt met een vegetatielaag waardoor de site zijn natuurlijk uitzicht behoudt.

(4) Onder de silo komt een inspectiekelder van waaruit de goede werking van het bergingssysteem permanent kan worden gecontroleerd en men, indien nodig, tussenbeide kan komen. De ruimte tussen de silo en de ondoorlatende wand vervult dezelfde functie.

Wilt u er meer over weten? Raadpleeg dan de website van
PaLoFF.


Diepe berging


Om het laagactieve en kortlevende afval ten minste gedurende de controleperiode van 200 tot 300 jaar te isoleren van de mens en het leefmilieu, zou eveneens een diepe bergingsinfrastructuur in een kleilaag ontworpen kunnen worden. Het concept van diepe berging dat in België bestudeerd wordt, bestaat uit een netwerk van ondergrondse betonnen galerijen (1), uitgegraven in een kleilaag (2) waarin het afval zou worden geborgen. Deze galerijen zouden met elkaar verbonden worden door één of meer hoofdgalerijen (3) die toegankelijk zijn via schachten (4).


In het concept van diepe berging is het principe van de meervoudige veiligheidsfunctie eveneens van toepassing.

De vaten met geconditioneerd radioactief afval worden eerst in groepjes van drie in een taartpuntvormige betonnen caisson geplaatst (sommige afvalstoffen afkomstig van de ontmanteling van stilgelegde nucleaire installaties kunnen rechtstreeks in de caisson worden geplaatst). In de caisson wordt mortel gegoten om de lege ruimtes tussen de vaten op te vullen. De aldus verkregen monoliet biedt het voordeel dat het afval gemakkelijk kan worden vervoerd tot in de bergingsgalerijen en eventueel later kan worden gerecupereerd; hij vormt tevens een eerste barrière die het afval van de biosfeer isoleert.

Als alle bergingsgalerijen gevuld zijn, wordt de installatie in haar geheel gesloten door middel van een opvullingsmateriaal. Het afval is aldus perfect geïsoleerd van de buitenwereld.

De belangrijkste barrière waarop de veiligheid van de bergingsinstallatie berust, is de geologische laag waarin deze installatie zou kunnen worden gebouwd. In België wordt een weinig verweerde kleilaag bestudeerd: de Boomse Klei in het noordoosten van het land. Door zijn geringe doorlatendheid en zijn grote retentiecapaciteit ten aanzien van de radionucleïden, volstaat de Boomse Klei in zijn eentje om een hoog veiligheidsniveau op korte en op lange termijn te garanderen.

Wilt u er meer over weten? Raadpleeg dan de website van STOLA en MONA.


Geëxploiteerde bergingssites in het buitenland

Frankrijk
De site van Soulaines waar een oppervlaktebergingsinstallatie voor het afval van categorie A wordt geëxploiteerd. Het concept van Soulaines gelijkt op het concept dat voor Mol-Dessel overwogen wordt.
Spanje
De oppervlaktebergingsinstallatie voor het afval van categorie A in El Cabril. Ook dit concept gelijkt erg op dat van Mol-Dessel.
Japan
De oppervlaktebergingsinstallatie van Rokkasho Mura, die eveneens nauw aansluit bij die van Mol-Dessel.
Zweden
In Forsmark wordt het afval van categorie A op de zeebodem geborgen.

Finland
In Olkiluoto werden grote silo’s (net zoals die in het concept van Fleurus-Farciennes) in graniet uitgegraven om er het afval van categorie A in te bergen
.


In België worden de verschillende bergingsconcepten – oppervlakte- en diepe berging – bestudeerd, aangepast en afgewerkt door de lokale partnerschappen van Dessel, Mol en Fleurus-Farciennes. Het doel van de partnerschappen is deze concepten tot het stadium van geïntegreerde voorontwerpen te brengen. Op 5 november 2004 was STOLA-Dessel het eerste partnerschap dat voorontwerpen van berging heeft ingediend bij zijn gemeenteraad. MONA heeft hetzelfde op 27 januari 2005 gedaan. Het dossier van PaLoFF wordt verwacht in de loop van het eerste semester van het jaar 2005.

Terug naar de homepage van het dossier categorie A


U vindt niet wat u zoekt? Stuur ons uw vragen en opmerkingen.