Radioactiviteit Samenwerking Informatiecentrum Radioactief afval NIRAS Afvalbeheer
 
 
 
 
 
 
 
 
 


Homepage
Zoek Contact Site map Jargon Links Taalkeuze



Begin 1998 startte NIRAS met een grondige herziening van haar werkprogramma voor het onderzoek en de ontwikkeling van een oplossing voor het langetermijnbeheer van laag- en middelactief afval met korte levensduur, ook afval van categorie A genoemd. Steunend op de verworven ervaring en rekening houdend met de beslissing van de ministerraad van 16 januari 1998, deed ze immers afstand van de methodologie die ze tot dan toe had gevolgd — een zeer klassieke ingenieursbenadering — om ze te vervangen door een op inspraak gerichte benadering. In deze benadering werd veel plaats ingeruimd voor de bekommernissen en wensen van de inwoners van de gemeenten die, zo hoopte zij, gunstig zouden antwoorden op haar voorstel om samen met de instelling, in het kader van een partnerschap, aan dit dossier te werken. Het voorstel van NIRAS leidde tot de oprichting van drie partnerschappen: STOLA-Dessel in Dessel, MONA in Mol en PaLoFF in Fleurus–Farciennes. Elk van deze partnerschappen had als opdracht een technisch voorontwerp van berging te ontwikkelen, geïntegreerd in een breder sociaal-economisch project dat op ruime instemming van de lokale bevolking kan rekenen. Deze samenwerking hield echter geen enkele verbintenis vanwege de betrokken gemeenten in om de latere uitvoering van een dergelijk project op hun grondgebied te aanvaarden.

Zeven jaar later nadert NIRAS het einde van de opdrachten die haar werden toevertrouwd door de beslissing van de ministerraad. In de komende maanden zal zij de dossiers met de geïntegreerde projecten van de verschillende gemeenten waarin partnerschapstructuren werden opgericht, overhandigen aan de federale regering, naarmate zij deze ontvangt. Indien meerdere van deze gemeenten zich bereid zouden verklaren de uitvoering van het door hun partnerschap ontwikkelde voorontwerp van berging op hun grondgebied voorwaardelijk in overweging te nemen, zal een antwoord moeten worden gegeven op de vraag welk dossier verder zal worden ontwikkeld in het kader van een projectfase. Dit zal moeten blijken tijdens de overleg- en onderhandelingsfase die weldra van start zou moeten gaan tussen de verschillende betrokken actoren (producenten, federale, regionale en gemeentelijke overheden, opvolgingsstructuren, en NIRAS).

Om op efficiënte en doelgerichte wijze te kunnen werken aan het dossier van het afval van categorie A, heeft NIRAS nu immers een aantal garanties nodig:

  de garantie dat ten minste één van de voorgestelde dossiers kan worden voortgezet in het kader van een projectfase. De verschillende dossiers moeten dus worden geëvalueerd door de betrokken actoren, vanuit een aantal door NIRAS voorgestelde niet-limitatieve gezichtspunten. In dit kader is het aangewezen dat, zonder afbreuk te doen aan de inhoud van zijn eindbeslissing in de context van een latere vergunningsaanvraagprocedure, het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) een uitgebreid voorafgaand advies zou uitbrengen vanuit het oogpunt van radiologische veiligheid over elk van de technische voorontwerpen in de huidige stand van kennis, waarvan zij de ontwikkeling van nabij heeft kunnen volgen.  
  de garantie dat het mogelijk is een akkoord te vinden over het sociaal-economisch luik van het (de) dossier(s) dat (die) geschikt is (zijn) bevonden om voortgezet te worden in het kader van een projectfase. Momenteel ligt immers het financieringsmechanisme van dit luik niet vast.
  de garantie dat het huidig reglementair kader, dat bepaalde specifieke aspecten van de berging niet dekt, zal worden gepreciseerd door het FANC, zodat NIRAS de vergunningsaanvraagdossiers met kennis van zaken kan voorbereiden.

Het doel van dit rapport is de federale regering voor te bereiden op de komst van de dossiers met de geïntegreerde projecten van de betrokken gemeenten. Het dient tevens als basis voor de verkennende gesprekken die het terrein moeten effenen voor het overleg tussen de verschillende betrokken actoren. Het geeft de toestand weer op 1 januari 2005 en schetst een algemeen beeld van de problematiek van het langetermijnbeheer van het afval van categorie A en de benadering die sedert 1998 werd gevolgd om een oplossing voor dit probleem te vinden.

lees het volledig rapport

Hoe ver staan de lokale partnerschappen vandaag ?

STOLA-Dessel

Op 5 november 2004 diende STOLA-Dessel een voorstel van geïntegreerd ontwerp voor de berging van categorie A-afval in bij het gemeentebestuur van Dessel. De gemeenteraad van Dessel keurde het eindrapport van STOLA-Dessel – met algemeen akkoord – goed in de zitting van 27 januari 2005. Daarmee is Dessel de eerste Belgische gemeente die zich – onder welbepaalde voorwaarden – kandidaat stelt om een bergingsinstallatie voor categorie A-afval te herbergen op hun grondgebied. Het dossier met het geïntegreerde bergingsproject van Dessel wordt op 29 april e.k. besproken in de raad van bestuur van NIRAS, waarna het overhandigd wordt aan de voogdijminister, de heer M. Verwilghen.

Wilt u er meer over weten? Raadpleeg dan de website
STOLA.


MONA


Op 27 januari 2005 overhandigde het partnerschap Mols Overleg Nucleair Afval vzw, kortweg MONA, zijn advies aan de gemeentelijke overheid van Mol. Als alles volgens planning verloopt zal de gemeenteraad van Mol zich concreet uit spreken over het voorstel van geïntegreerde berging van MONA in de zitting van april. De gemeente Mol zou de tweede gemeente kunnen zijn die zich - onder welbepaalde voorwaarden - bereid toont om een bergingsinstallatie voor laag- en middelactief kortlevend afval te ontvangen.

Wilt u er meer over weten? Raadpleeg dan de website MONA.


PaLoFF


Het eindrapport van het partnerschap PaLoFF in de Waalse gemeenten Fleurus en Farciennes wordt volgens de huidige planning verwacht in juni 2005. Ook de beslissing van de gemeenteraden wordt nog later dit jaar verwacht.

Wilt u er meer over weten? Raadpleeg dan de website PaLoFF.



U vindt niet wat u zoekt? Stuur ons uw vragen en opmerkingen.