Nieuws

Follow us

15 december 2017

Oppervlakteberging voor radioactief afval in Dessel komt stap dichterbij

Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) bevestigt dat alle vragen over het veiligheidsdossier van de oppervlakteberging in Dessel, die in deze fase behandeld moesten worden, beantwoord zijn.  Het dossier wordt nu klaargemaakt voor de volgende stap in deze fase van de vergunningsprocedure.

 

In 2013 vroeg de Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen (NIRAS) bij het FANC een nucleaire vergunning aan voor de bouw van de bergingsinstallatie in Dessel. Het concept voor de installatie, waarin het Belgische laag- en middelactieve kortlevende afval zal worden geborgen, heeft NIRAS in nauw overleg met de lokale partnerschappen STORA (Dessel) en MONA (Mol) uitgetekend. De vergunningsaanvraag bevatte ook een veiligheidsdossier van meer dan 20.000 pagina’s. In dat dossier stonden alle technische en wetenschappelijke argumenten beschreven die de veiligheid van de installatie op korte en lange termijn aantonen.

 

Arbeidsintensief proces

Het FANC bestudeerde het dossier grondig en stelde NIRAS zo’n 300 vragen. Het beantwoorden van die vragen was een arbeidsintensief proces, waar veel studie- en rekenwerk aan te pas kwam. Maar het harde werk heeft vruchten afgeworpen. Het FANC heeft nu in een brief aan NIRAS laten weten dat alle vragen die in deze fase behandeld moesten worden, beantwoord zijn. NIRAS zal nu het veiligheidsdossier reviseren door alle antwoorden in het omvangrijke dossier te verwerken.

 

Openbaar onderzoek

Het FANC zal het dossier na controle voorleggen aan de Wetenschappelijke Raad, die advies uitbrengt over de uitreiking van vergunningen voor nieuwe nucleaire installaties. Na een eerste positief advies legt het dossier nog een heel traject af. Zo volgt er een officieel openbaar onderzoek in de omliggende gemeenten. De inwoners van Dessel, Mol, Retie, Kasterlee en Geel krijgen de kans om het dossier in te kijken en opmerkingen te formuleren. Ook de Provincie en de Europese Commissie zullen gehoord worden. Tot slot zal de Wetenschappelijke Raad een definitief advies uitspreken. Als het hele proces vlot verloopt, kan de vergunning in 2019 per koninklijk besluit uitgereikt worden.

 

De vragen en antwoorden kunnen online worden geraadpleegd.