Follow us

Financiering

 

Alle kosten van NIRAS worden gedragen door de begunstigden van haar diensten, met andere woorden de producenten van radioactief afval en de Belgische Staat als eigenaar van een deel van het afval dat tot de nucleaire passiva behoort.

Hoewel NIRAS over het monopolie van het beheer van radioactief afval in België beschikt, is ze een instelling zonder winstoogmerk. Ze werkt dus tegen kostprijs: de producenten betalen niet meer of niet minder dan de prijs die nodig is om hun afval veilig te laten beheren, volgens het welbekende beginsel 'de vervuiler betaalt'.

De instelling moet haar opdrachten bovendien uitvoeren volgens de regels van goed industrieel, financieel en commercieel beheer. Ze ziet er ook op toe dat zowel haar eigen medewerkers als de organisaties waaraan ze opdrachten toevertrouwt hun taken doeltreffend en tegen een redelijke kostprijs uitvoeren.

De kosten van NIRAS worden onder de begunstigden van haar diensten verdeeld volgens objectieve criteria en verdeelsleutels die haar raad van bestuur en haar voogdijoverheid hebben goedgekeurd. Het gaat voornamelijk om de kosten voor het beheer van het afval, voor onderzoek en ontwikkeling en voor de sanering van de nucleaire passiva.

De financieringsmechanismen van NIRAS variëren naargelang van het soort dienst dat verleend wordt.

Het beheer van radioactief afval wordt onderverdeeld in twee grote posten:

  • diensten in verband met het courante beheer;
  • diensten in verband met het langetermijnbeheer.

Bij deze twee grote posten moeten nog specifieke financieringsmechanismen worden gevoegd voor algemene activiteiten en een aantal specifieke prestaties, zoals de inventaris van de nucleaire passiva, de sanering van de nucleaire passiva en de beheerkosten als gevolg van het faillissement of de insolvabiliteit van een financieel verantwoordelijke.

 

Dekking van de kosten van het courante beheer

 

De activiteiten in verband met het courante beheer van radioactief afval, in het bijzonder de verwerking en conditionering, worden gefinancierd door de producenten van dat afval, op basis van tarieven.Voor de grote producenten worden de tarieven voor de verschillende afvaltypes vastgelegd in overeenkomsten die om de vijf jaar worden herzien. Ze bestaan uit:

  • een deel dat bestemd is om de vaste kosten te dekken, dat zijn kosten die moeten worden gefinancierd, ook al haalt NIRAS geen radioactief afval op (financiële afschrijvingen, investeringen in de installaties voor het beheer van radioactief afval, kosten voor het in stand houden van deze installaties);
  • een deel dat bestemd is om de variabele kosten te dekken, dat zijn kosten die enkel worden gemaakt als NIRAS radioactief afval overneemt (kosten van de grondstoffen gebruikt in de immobilisatiematrices, aankoop van conditioneringsvaten enz.).

Het financieringsmechanisme voor de vaste kosten is gebaseerd op:

  • een systeem van capaciteitsreservatie, dat ervoor zorgt dat de producenten hun volledige programma voor de productie van radioactief afval bekendmaken, zodat NIRAS haar installaties kan dimensioneren, de vaste kosten ervan kan ramen en het deel van de vaste kosten dat de grote producenten toekomt vervolgens billijk onder hen kan verdelen;
  • een sleutel voor het verdelen van de vaste kosten onder de producenten, die gebaseerd is op het gemiddelde van de afvalhoeveelheden die elke producent daadwerkelijk heeft overgedragen aan NIRAS tijdens de afgelopen vijf jaar en van de hoeveelheden die hij heeft aangekondigd voor de komende vijf jaar.

Het financieringsmechanisme voor de variabele kosten is gebaseerd op de toepassing van een proportioneel tarief dat varieert naargelang van het afvaltype.

  • Het radioactieve afval van de kleine producenten wordt overgenomen tegen een all-intarief, ongeacht of ze een overeenkomst hebben afgesloten met NIRAS. Dat tarief dekt alle kosten van het beheer en varieert eveneens naargelang van het afvaltype. 

 

Dekking van de kosten van het langetermijnbeheer

 

De activiteiten in verband met het langetermijnbeheer omvatten:

  • de technische activiteiten verbonden aan de opslag en de berging van het afval;
  • de uitvoering van de zogenaamde bijbehorende voorwaarden, die ervoor moeten zorgen dat een bergingsproject een toegevoegde waarde biedt aan de betrokken lokale bevolking.

Om het langetermijnbeheer van het radioactieve afval te financieren, legt NIRAS, gebruikmakend van de stortingen van de begunstigden van haar diensten, provisies aan. Deze provisies worden gestort in fondsen die speciaal daarvoor opgericht zijn:

  • het fonds op lange termijn;
  • het fonds op middellange termijn;

Naast de provisies die NIRAS aanlegt voor het langetermijnbeheer van het afval dat zij heeft overgenomen, leggen de producenten ook provisies aan voor de toekomstige overdracht van radioactief afval aan NIRAS.

In het specifieke geval van de kerncentrales vertrouwt de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales de kernprovisievennootschap Synatom het beheer toe van de provisies die de exploitanten aanleggen om de kosten van de ontmanteling van de centrales, van het beheer van het resulterende afval en van het beheer van de bestraalde splijtstoffen te dekken.

Het beheer van de provisies door Synatom is onderworpen aan de controle van de Commissie voor nucleaire voorzieningen. Deze commissie is verplicht haar beslissingen en adviezen over het bestaan en de toereikendheid van de nucleaire provisies voor eensluidend advies voor te leggen aan NIRAS.

 

Fonds op lange termijn

 

Het Fonds op lange termijn dient voor de financiering van de kosten verbonden aan de bouw en de exploitatie van de opslag- en bergingsinstallaties voor radioactief afval. Het dekt zowel de vaste kosten (afschrijvingen en financiële lasten, instandhouding van de infrastructuur,...) als de variabele kosten (kosten van het lossen, controleren en plaatsen van de colli radioactief afval).

Om een volledige dekking van de kosten van het langetermijnbeheer van radioactief afval te garanderen, heeft NIRAS een financieringsmechanisme ingevoerd dat twee onderdelen bevat:

  • de capaciteitsreservatie, dat is de contractuele kennisgeving, door elke geconventioneerde producent, van zijn volledige programma voor de productie van afval, zodat NIRAS haar installaties kan dimensioneren, de vaste kosten ervan kan ramen en het deel van de vaste kosten dat de producenten toekomt vervolgens billijk onder hen kan verdelen;
  • de tariefbetaling, die zorgt voor het stijven van het fonds door toepassing van een eenheidstarief telkens als NIRAS de verantwoordelijkheid voor afval aanvaardt, teneinde de vaste en de variabele kosten van dat afval te dekken. In de praktijk stort elke producent in het Fonds op lange termijn een retributie waarvan het bedrag wordt verkregen door het volume afval dat overgedragen wordt aan NIRAS te vermenigvuldigen met het tarief dat op dat afval van toepassing is.

Het financieringsmechanisme omvat bovendien een 'veiligheidsnet' zodat NIRAS haar vaste kosten altijd zal kunnen dekken, ook al moet ze minder afval beheren dan gepland. Dat is de contractuele waarborg: elke producent legt in zijn boeken een bedrag aan dat altijd gelijk is aan het verschil tussen het totaalbedrag van de vaste kosten die toe te schrijven zijn aan de hoeveelheid afval die hij heeft aangekondigd en het deel van de vaste kosten dat hij al betaald heeft in het kader van zijn tariefbijdragen.

Voor de kleine producenten, die al dan niet een overeenkomst met NIRAS hebben afgesloten, is de bijdrage in het stijven van het Fonds op lange termijn begrepen in het all-intarief.

NIRAS beheert het Fonds op lange termijn in overeenstemming met de beleggingsstrategie die haar raad van bestuur heeft uitgestippeld. Dat beheer wordt gevolgd door het Audit- en adviescomité van het Fonds op lange termijn (CAAFLT), een contractueel adviesorgaan waarin de belangrijkste producenten en de Belgische staat vertegenwoordigd zijn.

 

Fonds op middellange termijn

 

Het Fonds op middellange termijn heeft tot doel de kosten te dekken die gemaakt worden voor het creëren en in stand houden van het maatschappelijke draagvlak dat nodig is om een bergingsinstallatie voor radioactief afval te integreren in een lokale gemeenschap.

Het financiert de uitvoering van de zogenaamde 'bijbehorende' voorwaarden, die ervoor moeten zorgen dat het bergingsproject een toegevoegde waarde vormt voor de betrokken lokale gemeenschap; door het radioactieve afval te aanvaarden op haar grondgebied verleent zij namelijk een dienst aan de samenleving in haar geheel.

Het Fonds op middellange termijn zal worden gestijfd door een integratiebijdrage die bij de producenten van radioactief afval wordt geheven en die berekend wordt op basis van de totale capaciteit van de bergingsinstallatie en van de respectieve totale hoeveelheden afval die er geborgen zullen worden.

De verplichting voor de producenten om bij te dragen in het Fonds op middellange termijn gaat in vanaf het ogenblik dat de bergingsinstallatie de wettelijke vergunningen heeft gekregen.

Een toezichtcomité, opgericht binnen NIRAS, zal worden belast met het controleren van de aanwending van de middelen van het Fonds op middellange termijn, waarvan een groot deel bestemd is voor de oprichting van het lokaal fonds.

 

Lokaal fonds

 

Het Lokaal fonds past in het kader van de activiteiten van NIRAS om het maatschappelijke draagvlak dat nodig is voor de lokale integratie van de oppervlaktebergingsinstallatie voor het afval van categorie A te creëren en in stand te houden.

Het doel van dit fonds is een duurzame meerwaarde te creëren door de financiering van sociaaleconomische projecten ten bate van de lokale bevolking mogelijk te maken.

Het fonds zal zijn middelen halen uit het Fonds op middellange termijn. Het Lokaal fonds geniet rechtspersoonlijkheid en zal de vorm aannemen van een privaatrechtelijke stichting waarvan de statuten werden vastgelegd door NIRAS.

Naast de algemene controle die wordt uitgeoefend door het toezichtcomité van het Fonds op middellange termijn, zal het gebruik van het Lokaal fonds onderworpen zijn aan een specifieke controle.

 

Aanpassing van de financiering van het langetermijnbeheer van radioactief afval

 

Het financieringssysteem van NIRAS werd aangepast door een wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 1981 dat de opdrachten van de instelling bepaalt en haar werking organiseert. Deze wijziging, die gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 18 juni 2014, bepaalt een reeks principes, 'leidende beginselen' genoemd, die de leidraad moeten vormen voor het stijven van het Fonds op lange termijn, een fonds dat beheerd wordt door NIRAS en dat specifiek gewijd is aan het langetermijnbeheer van radioactief afval. NIRAS noemt deze aanpassing een belangrijke stap vooruit in het veiligstellen van de financiering van haar activiteiten.

Het Fonds op lange termijn

Het Fonds op lange termijn heeft tot doel de financiering te verzekeren van de kosten van het langetermijnbeheer van het radioactieve afval, vooral de kosten van de opslag en de berging van het afval. Het wordt gestijfd door retributies voor rekening van de producenten van radioactief afval, overeenkomstig het beginsel 'de vervuiler betaalt'.  In de praktijk storten de producenten een bedrag telkens als ze afval aan NIRAS overdragen. Dat bedrag stemt overeen met het resultaat van de vermenigvuldiging van het volume afval dat overgedragen wordt met de retributie die op dat afval van toepassing is. De tarieven worden vastgelegd in overeenkomsten tussen de producenten en de instelling. Daarom spreekt men van contractueel systeem.

Dat systeem, dat steunde op de mogelijkheid om eventuele onderfinancieringen te compenseren door een herziening van de tarieven voor de overname van het toekomstige afval, bereikt langzamerhand zijn grenzen, omdat de hoeveelheden van dat afval blijven afnemen. De leidende beginselen hebben onder meer tot doel deze toestand te verhelpen.

De leidende beginselen

Door de recente wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 1981 worden de hiaten in de financiering van het langetermijnbeheer opgevuld en is de stabiliteit ervan gegarandeerd, aangezien ze het behoud van het contractuele systeem formaliseert.

De leidende beginselen die door deze wijziging worden vastgesteld, bepalen onder andere dat de retributies verschuldigd zijn door de producenten zolang niet alle kosten die noodzakelijk zijn voor het langetermijnbeheer van hun afval gedekt zijn. En ook al moeten de retributies in principe nog altijd gestort worden op het ogenblik van de overname van het afval door NIRAS, mag deze laatste voortaan vervroegde stortingen vragen, om er zeker van te zijn dat ze op elk moment over voldoende middelen beschikt en zo de continuïteit van het beheer op lange termijn te verzekeren.

Aangezien het onmogelijk is om de eventuele onderfinancieringen voortdurend door te berekenen in de kosten van de overname van het toekomstige afval, bepalen de leidende beginselen voortaan dat de berekening van de retributies niet alleen op het geplande afval moet steunen, maar ook op het afval dat al overgenomen is. Als op het ogenblik van de berekening wordt vastgesteld dat de geheven middelen niet volstaan om de activiteiten inzake het beheer op lange termijn te dekken, moet het verschil worden bijgepast volgens de regels die NIRAS en de producenten overeengekomen zijn.

Deze wijzigingen gaan gepaard met een aanpassing van de structuur van het fonds. Dat moet voortaan drie verschillende compartimenten bevatten die respectievelijk bestemd zijn voor de opslag, de oppervlakteberging (gekozen oplossing voor laag- en middelactief en kortlevend afval – afval van categorie A) en de geologische berging (overwogen oplossing voor hoogactief en/of langlevend afval – afval van de categorieën B en C). Elk van deze compartimenten bestaat uit drie subcompartimenten die respectievelijk betrekking hebben op de bouw van de infrastructuren, de exploitatie en de ontmanteling (in geval van opslag) of de sluiting (in geval van berging) ervan. Deze nieuwe structuur verbetert de traceerbaarheid van de door de producenten gestorte retributies en de transparantie van het beheer van het fonds.

Het afstemmen van het financieringssysteem voor het langetermijnbeheer met de leidende beginselen is één van de prioriteiten van NIRAS. De contracten die ze heeft afgesloten met de afvalproducenten moeten ten laatste op 31 december 2018 aangepast zijn.

 

Specifieke financieringsmechanismen

 

Er werden specifieke mechanismen ingevoerd voor de financiering van

  • de algemene activiteiten van de instelling;
  • de inventaris van de nucleaire passiva;
  • de sanering van de nucleaire passiva;
  • de beheerkosten die voortvloeien uit het faillissement of de insolvabiliteit van een financieel verantwoordelijke.

Algemene activiteiten van de instelling

De algemene activiteiten van NIRAS omvatten prestaties zoals de inventaris van het radioactieve afval, de erkenning van de verwerkings-, conditionerings- en opslaginstallaties, de vaststelling van de acceptatiecriteria, de institutionele communicatie, de planning, de strategische en economische studies, en onderzoek en ontwikkeling.

Om deze activiteiten te financieren, sluit NIRAS ofwel raamovereenkomsten (overeenkomsten voor voorstudies en O&O), ofwel diensten- en studiecontracten af met de producenten van radioactief afval. In deze contractuele documenten en hun bijlagen worden de te financieren activiteiten, de budgetten en de facturerings- en betalingsvoorwaarden voor een bepaalde periode vastgesteld.

Voor de algemene activiteiten worden de kosten van de werkelijk uitgevoerde prestaties in rekening gebracht van de begunstigde producenten, op basis van objectieve verdeelsleutels. Deze sleutels variëren naargelang van het beschouwde type van activiteit en worden regelmatig herzien. De Belgische staat draagt, via deze verdeelsleutels, zijn deel van de lasten met betrekking tot de algemene activiteiten.

Op het vlak van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten worden sommige programma's mee gefinancierd door internationale organisaties. Zo heeft de Europese commissie een belangrijk aandeel in de financiering van het ondergrondse laboratorium HADES en de talrijke experimenten die er worden uitgevoerd.

Inventaris van de nucleaire passiva

De opdracht in verband met de inventaris van de nucleaire passiva is het voorwerp van bijzondere financieringsregels. Ze wordt gefinancierd door de houders van een nucleaire vergunning en de exploitanten of eigenaars van sites die besmet zijn of radioactieve stoffen bevatten, door middel van een jaarlijkse bijdrage die bepaald wordt naargelang van de klasse en de categorie van de installatie of de site.

Beheer van de nucleaire passiva

Er bestaan momenteel drie nucleaire passiva in België:

  • het passief van Belgoprocess, bestaande uit de site van de vroegere opwerkingsfabriek Eurochemic in Dessel, ook passief BP1 genoemd, en de vroegere 'Waste'-afdeling van het SCK•ŸCEN in Mol, ook passief BP2 genoemd;
  • het passief van het SCKŸ•CEN, dat de vroegere installaties van het SCKŸ•CEN in Mol, met name de proefreactor BR3;
  • het passief van het IRE, dat betrekking heeft op de site van het Nationaal Instituut voor Radio-elementen in Fleurus.

Het beheer van deze nucleaire passiva omvat de overname van radioactief afval en splijtstoffen, de ontmanteling van buiten gebruik gestelde uitrustingen en gebouwen, en de sanering van terreinen. Het vereist aanzienlijke financiële middelen.

De Belgische staat, die de financiering van de voornoemde drie passiva op zich heeft genomen, heeft de sanering ervan toevertrouwd aan NIRAS.

De sanering van het passief van Belgoprocess wordt gefinancierd door de federale bijdrage bepaald in artikel 12 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Deze federale bijdrage wordt jaarlijks geheven op de tarieven [verbruikte kWh] voor rekening van de netgebruikers die deze mogen doorberekenen aan de eindafnemers. Volgens artikel 21ter van voornoemde wet is het de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) die belast is met het uitvoeren van deze heffing.

Wat de sanering van de passiva van het SCK•ŸCEN en het IRE betreft, bepalen de koninklijke besluiten van 16 oktober 1991 – koninklijk besluit houdende de regelen betreffende het toezicht op en de subsidiëring van het Nationaal Instituut voor Radio-elementen, en tot wijziging van de statuten van dit instituut en koninklijk besluit houdende de regelen betreffende het toezicht op en de subsidiëring van het Studiecentrum voor Kernenergie en tot wijziging van de statuten van dit centrum – dat de ministers die bevoegd zijn voor Economische Zaken en Energie elk jaar een dotatie in hun begroting moeten opnemen om deze passiva te financieren.

Beheerkosten die voortvloeien uit het faillissement of de insolvabiliteit van een financieel verantwoordelijke

Alle kosten van NIRAS moeten worden gedekt. Daarom werd een speciaal fonds, Insolvabiliteitsfonds genoemd, opgericht om het eventuele faillissement of de insolvabiliteit van producenten op te vangen. Dat fonds wordt gebruikt om de prestaties te financieren in verband met het beheer van het radioactieve afval en de ontmanteling van installaties die niet meer worden gedekt als gevolg van het faillissement of de insolvabiliteit van een financieel verantwoordelijke.

Het Insolvabiliteitsfonds wordt ook gebruikt om de kosten te dekken van het beheer van de bronnen die het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, in de zin van het algemeen reglement op de bescherming tegen het gevaar van ioniserende stralingen, aangeeft als 'weesbronnen' en 'afval' en aan NIRAS bezorgt om ze door haar te laten beheren.

Het Insolvabiliteitsfonds wordt gestijfd door een aandeel van 5% dat begrepen is in de kosten van de diensten die NIRAS factureert aan de producenten.

Het beheer en het gebruik van het Insolvabiliteitsfonds worden gecontroleerd door het Audit- en adviescomité (CAAFI), een contractueel adviesorgaan waarin de belangrijkste producenten en de Belgische staat vertegenwoordigd zijn.