Publicaties

Follow us

09 januari 2011
ONDRAF/NIRAS

Afvalplan voor het langetermijnbeheer van geconditioneerd hoogradioactief en/of langlevend afval en overzicht van de verwante vragen

In België heeft de wetgever het beheer van radioactief afval toevertrouwd aan een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid: de Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen of NIRAS. Dat beheer moet de mens en het milieu beschermen tegen de risico’s van radioactief afval en heeft dan ook in belangrijke mate betrekking op het langetermijnbeheer. Geconditioneerd laag- en middelactief kortlevend afval, afval van categorie A genoemd, vormt immers verscheidene honderden jaren lang een risico voor de mens en het milieu. Het andere geconditioneerde afval dat beheerd wordt door NIRAS, het geconditioneerde afval van de categorieën B en C, ook B&C-afval genoemd, heeft als gemeenschappelijk kenmerk dat het zodanig veel langlevende radionucliden bevat dat het gedurende verscheidene tienduizenden tot honderdduizenden jaren een risico vormt. Het gaat om afval van hoge activiteit en/of lange levensduur.

Het langetermijnbeheer van radioactief afval is een exclusieve bevoegdheid van NIRAS. Volgens het wettelijk kader houdt dit beheer op lange termijn in dat het afval in de installatie voor langetermijnbeheer moet worden geplaatst zonder de bedoeling het terug te nemen; deze installatie is dan de eindbestemming van het afval. Het feit dat het niet de bedoeling is het afval terug te nemen, betekent echter niet noodzakelijk dat het onmogelijk is het terug te nemen of dat het onmogelijk is controles uit te voeren.

In tegenstelling tot de toestand met betrekking tot het afval van categorie A is er in België nog geen gevalideerd institutioneel beleid voor het langetermijnbeheer van het bestaande en geplande B&C-afval, inclusief de niet-opgewerkte bestraalde splijtstoffen die als afval worden aangegeven (of kunnen worden aangegeven) alsook de overtollige hoeveelheden verrijkte splijtstoffen en plutoniumhoudende stoffen (behalve splijtstoffen) die als afval worden aangegeven (of kunnen worden aangegeven).

In het vervolg van de tekst wordt met de uitdrukking ‘B&C-afval’ ook bedoeld: inclusief de nietopgewerkte bestraalde splijtstoffen die als afval worden aangegeven (of kunnen worden aangegeven) alsook de overtollige hoeveelheden verrijkte splijtstoffen en plutoniumhoudende stoffen (behalve splijtstoffen) die als afval worden aangegeven (of kunnen worden aangegeven).

 

Het belang en de kwaliteit van de onderzoeks-, ontwikkelings- en demonstratiewerkzaamheden (RD&D) inzake langetermijnbeheer van het B&C-afval, die in 1974 werden opgestart door het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK•CEN) en een tiental jaren later onder de verantwoordelijkheid van NIRAS werden geplaatst, werden vanaf 1976 herhaaldelijk bevestigd door verschillende commissies en werkgroepen die door institutionele instanties belast waren met de opdracht zich uit te spreken over de aan de gang zijnde studies over het langetermijnbeheer van het B&C-afval of over kwesties met betrekking tot het energiebeleid. De gekozen richting — geologische berging in weinig verharde klei (in België de Boomse Klei of de Ieperiaanklei) — werd echter nooit formeel bevestigd of ontkracht op federaal vlak.

Het behoort echter tot de verantwoordelijkheid van de landen die het Gezamenlijk Verdrag van 1997 inzake de veiligheid van het beheer van bestraalde splijtstof en inzake de veiligheid van het beheer van radioactief afval hebben ondertekend, waaronder België, om een beleid voor het langetermijnbeheer van dit afval te hebben. Nadat België dit verdrag had bekrachtigd, heeft hij het in 2002 omgezet in zijn wettelijk kader. Deze nationale verantwoordelijkheid, die losstaat van het toekomstige energiebeleid van de betrokken landen, vormt ook één van de basisprincipes van de Europese richtlijn ‘Afval’ van 19 juli 2011 betreffende het verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval. (Het Afvalplan houdt geen rekening met deze zeer recente richtlijn, behalve door toevoeging van een bijlage met enkele opvallende punten van deze richtlijn die rechtstreeks verband houden met het Afvalplan en met een eerste analyse van de bijdrage van het Afvalplan aan de naleving van de bepalingen van de richtlijn.)

Een institutioneel beleid voor het langetermijnbeheer van het B&C-afval is overigens in meerdere opzichten onmisbaar, in het bijzonder om NIRAS in staat te stellen de RD&Dwerkzaamheden die nog nodig zijn, te focussen op basis van de eindbestemming van dit afval, alle ‘stroomopwaartse’ aspecten van het beheer ervan te bepalen en te optimaliseren, het principe ‘de vervuiler betaalt’ op meer concrete basis toe te passen dan vandaag het geval is, om de gemeenten waar het afval momenteel tijdelijk wordt opgeslagen niet langer in het ongewisse te laten over de duur van deze opslag en om de toekomstige generaties niet op te zadelen met de beheerverantwoordelijkheid, inclusief alle bijbehorende lasten (technisch, financieel, besluitvorming, radiologisch, enz.), overeenkomstig het principe van intergenerationele billijkheid dat vermeld is in het Gezamenlijk Verdrag en in de ‘Afval’-richtlijn.

Het Afvalplan van NIRAS heeft tot doel te beantwoorden aan de vereisten van het koninklijk besluit van 30 maart 1981, zoals gewijzigd, houdende bepaling van de opdrachten en de werkingsmodaliteiten van de instelling, dat haar verplicht een algemeen programma voor het beheer op lange termijn op te stellen voor het ...