Overslaan en naar de inhoud gaan
Vorige blog

Transport van radioactief afval: safety first!

Transport: safety first!

Wanneer NIRAS het radioactieve afval van de producenten geaccepteerd heeft, kan het vervoerd worden naar onze dochteronderneming Belgoprocess in Dessel. Dat gebeurt volgens strenge veiligheidsvoorschriften, onder onze controle en verantwoordelijkheid. In dit interview vertelt Arno Grade, verantwoordelijk voor transport bij NIRAS, er alles over.

Portret_Arno Grade

Wie staat er in voor het effectieve transport van het radioactieve afval?

Arno: “Voor het transport doen we beroep op gespecialiseerde firma’s die via een overheidsopdracht voor een periode van vier jaar aangesteld worden. De transportfirma’s moeten beschikken over een erkenning van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) om radioactieve transporten te kunnen uitvoeren op het Belgisch grondgebied. Ze moeten elk transport 48 uur op voorhand melden aan het FANC. En voor ze mogen vertrekken, moeten medewerkers van de dienst voor fysische controle van de afvalproducent de stralingsdosis controleren. Dat gebeurt onder andere aan de buitenkant van de vrachtwagen. Als de straling hoger is dan de toegelaten limietwaarden, vertrekt het transport niet.”

De transporten zijn ook gebonden aan strikte internationale regels.

Arno: “Klopt, die internationale regelgeving bepaalt bijvoorbeeld dat de stralingsdosis gemeten op het contact met de vrachtwagen nooit de grens van 2 millisievert per uur mag overschrijden. Het afval moet altijd in een gepaste en gecertificeerde verpakking getransporteerd worden, op een manier die de insluiting van de radioactieve stoffen garandeert en er voor zorgt dat mens en milieu afgeschermd worden van de straling. Dat betekent dat de verpakkingen van middel- en hoogactief afval aan strengere eisen moeten voldoen dan die van laagactief afval.”

Controles en inspecties

Gebeuren er ook controles op het transport?

Arno: “Als verantwoordelijke voor het transport van radioactief afval, voeren we regelmatig inspecties uit bij producenten vooraleer een transport vertrekt. Daarbij controleren we onder andere of alle nodige documenten aanwezig zijn, of de verpakkingen en het vervoermiddel voorzien zijn van de vereiste signalisatie, en natuurlijk of de dosislimieten gerespecteerd worden. Daarnaast voert ook het FANC, onafhankelijk van ons, geregeld controles uit op radioactieve transporten.”

controles en inspecties 1
Controle van de nodige documenten
1 / 2
controles en inspecties 2
Controle van het respect van de dosislimieten
2 / 2
controles en inspecties 1
controles en inspecties 2
controles en inspecties 3

Het vervoer van radioactief afval mag je niet verwarren met het vervoer van radioactieve stoffen.

Arno: “Het overgrote deel van deze radioactieve stoffen is bestemd voor medische en onderzoeksdoeleinden, maar een klein deel is voor nucleair en industrieel gebruik. Aangezien België een belangrijk transitland is, gaan er ook heel wat internationale transporten van radioactieve stoffen over ons grondgebied. Jaarlijks vinden in ons land ongeveer 40.000 transporten met radioactieve stoffen plaats, dat zijn er véél, véél meer dan van radioactief afval. Maar daar heeft NIRAS niets mee te maken.”

Verschillende soorten verpakking

Welk transportmiddel ingezet wordt, hangt af van de stralingsintensiteit van het afval. Hoe zit het voor het laagactief afval?

Arno: “Voor het vervoer van het ruwe, niet-geconditioneerd laagactief afval werken we voornamelijk samen met de firma Transrad. Jaarlijks vinden er gemiddeld zo’n 185 van deze transporten plaats (gemiddelde van de vijf laatste jaren). Dit afval wordt in verschillende soorten verpakkingen getransporteerd, afhankelijk van hoe het verwerkt zal worden. Voor brandbaar afval worden gestandaardiseerde containers van één kubieke meter gebruikt waarin het afval in afgedichte zakken werd geplaatst, voor het vaste niet-brandbare afval worden 200-litervaten gebruikt en voor het vloeibare afval zijn dat jerrycans van 10 of 20 liter. Om dit afval te vervoeren nam Transrad eind 2023 een nieuwe 40-voet container in gebruik (lees hier het apart interview met Gilles Degauque, general manager bij Transrad).”

Daarnaast heb je ook nog het vervoer van geconditioneerd laagactief afval.

Arno: “Een grote producent zoals Electrabel verwerkt een deel van zijn laagactief afval zelf op zijn sites. Dat afval wordt vervolgens door Electrabel ook gecementeerd (geconditioneerd) in 400-litervaten. Het transport ervan wordt door de firma Transnubel uitgevoerd. Jaarlijks zijn er gemiddeld zo’n vijf à tien transporten.”

En hoe zit het met het vervoer van middel- of hoogactief afval?

Caroline R-80 Caroline-R80

Arno: “Hiervoor staat eveneens de firma Transnubel in, die dit afval zowel in niet- als wel geconditioneerde vorm vervoert. Op vraag van NIRAS werd een innovatieve standaardoplossing ontwikkeld om dit type afval te vervoeren. Namelijk een trailer met twee ingebouwde transportverpakkingen (Caroline-R80), die elk geladen kunnen worden met een 400-litervat, en een uitgekiend systeem voor het laden en lossen ervan op afstand. Het nieuwe transportsysteem werd in 2022 in gebruik genomen en wordt voornamelijk ingezet bij de grotere afvalproducenten, zoals het Nationaal Instituut voor Radio-elementen (IRE) en het nucleair onderzoekscentrum SCK CEN . Hiervan gebeuren er jaarlijks heel wat minder transporten, ongeveer een vijftiental.”

Ophaalcampagnes en weesbronnen

Zijn er nog andere vormen van transport?

Arno: “Ja, in sommige situaties wordt een uitzondering gevraagd op de transportwetgeving, we spreken dan van een special arrangement. De vervoerder moet dan een afzonderlijk dossier indienen bij het FANC, een erg tijdrovende procedure. Daarnaast kan het ook gebeuren dat NIRAS opgeroepen wordt door het FANC voor een dringende ophaling. Als er gevaar is voor de omgeving, vindt het transport onmiddellijk plaats. Maar dit gebeurt vrijwel nooit.”

Verder zijn er ook nog gegroepeerde ophaalcampagnes.

Arno: “Samen met het FANC organiseren we inderdaad gegroepeerde ophaalcampagnes van radioactief afval bij scholen en apothekers.  Deze bronnen zijn heel laagactief, worden allang niet meer gebruikt en komen maar in kleine hoeveelheden voor. Vaak liggen ze stof te vergaren in kelders. In scholen gaat het bijvoorbeeld over radioactieve bronnen die vroeger in de les fysica gebruikt werden. Bij apothekers gaat het over radioactieve stoffen die decennia geleden gebruikt werden, bijvoorbeeld als kleurstof in chemische tests.”

Vermelden we tot slot ook nog de weesbronnen. Waarover gaat dit juist?

Arno: “Gewone afvalverwerkingsbedrijven, vooral schrootverwerkers, ontdekken regelmatig weesbronnen in hun afvalstromen. Dat zijn radioactieve voorwerpen en materialen van diverse oorsprong, waarvan de eigenaar niet geïdentificeerd kan worden. Meestal zijn de weesbronnen afkomstig van particulieren. Veel voorkomende voorbeelden zijn gebruiksvoorwerpen, zoals een kompas met lichtgevende radiumverf of uraniumertsen uit een verzameling mineralen. Tussen 2006 en 2023 werden er zo’n 1.100 weesbronnen opgehaald. Het overgrote deel daarvan is laagactief afval. Sinds enkele jaren worden er almaar minder weesbronnen gedetecteerd. De verwachting is dat die trend zich de komende jaren zal verderzetten, aangezien radioactieve gebruiksvoorwerpen vandaag gelukkig niet meer verkrijgbaar zijn.”

Transport weesbronnen : thoriummotor
Thoriummotor
1 / 2
Transport weesbronnen
2 / 2
Transport weesbronnen : thoriummotor
Transport weesbronnen