Overslaan en naar de inhoud gaan

Historiek van het bergingsproject

In 2006 besliste de federale regering dat er in Dessel een oppervlaktebergingsinstallatie komt voor het Belgische laag- en middelactieve kortlevende afval. Aan die beslissing ging een heel proces vooraf. Wat in de jaren tachtig begon als een zuiver technische uitdaging, groeide uit tot een breed gedragen project met een sociale en economische meerwaarde voor de bevolking van Dessel en Mol.

Radioactief afval-Déchets radioactifs.jpg

1984

In 1984 kreeg NIRAS de opdracht om op zoek te gaan naar een duurzame oplossing voor het Belgische laag- en middelactieve kortlevende afval. Die langetermijnoplossing moest veilig en technisch haalbaar zijn.

2016_Lokaal Fonds - Fonds Local_ONDRAFNIRAS.jpg

1994

NIRAS beschouwde haar taak eerst als een puur technische en wetenschappelijke uitdaging.

In 1994 bracht ze een rapport uit. Daarin werden 98 sites in 47 gemeentes genoemd die in aanmerking kwamen voor de bouw van een oppervlaktebergingsinstallatie.

Maar het rapport lokte protest uit. Geen enkele gemeente wou een bergingsinstallatie op haar grondgebied aanvaarden.

OP ZOEK NAAR EEN DRAAGVLAK

Dat protest vormde een keerpunt voor NIRAS. Het maatschappelijk draagvlak werd een onmisbaar onderdeel van de langetermijnoplossing voor het beheer van radioactief afval.

In 1998 vroeg de federale regering aan NIRAS om een concreet bergingsproject uit te werken voor al het Belgische laag-en middelactieve afval. Gemeentes die bereid waren om te onderzoeken onder welke voorwaarden ze een bergingsinstallatie op hun grondgebied konden aanvaarden, mochten zich aanmelden.

NIRAS richtte zich ook voornamelijk tot gemeentes met nucleaire activiteiten op hun grondgebied.

Jef Verrees (MONA) & Hugo Draulans (STORA)

JAREN 2000

Vier gemeentes bleken bereid om het bergen van afval op hun grondgebied te bestuderen: Dessel, Mol, Fleurus en Farciennes. Om dat proces in goede banen te leiden, richtte NIRAS samen met hen lokale partnerschappen op.

Zo ontstonden rond de eeuwwisseling in Dessel de Studie- en Overleggroep Laagactief Afval (STOLA) en in Mol het Mols Overleg Nucleair Afval Categorie A (MONA). De Waalse gemeentes Fleurus en Farciennes richtten in 2003 samen het partnerschap PaLoFF op (Partenariat Local Fleurus/Farciennes).

2013_Lokale partnerschappen - Partenariats locaux2_ONDRAFNIRAS.jpg

2005

Elk partnerschap werd gevraagd een voorontwerp voor het bergingsproject te ontwikkelen, met daarin twee elementen:

  • Een technisch ontwerp van een bergingsinstallatie op het eigen grondgebied
  • De voorwaarden waaronder de gemeentes die installatie zouden aanvaarden

In 2005 keurden de gemeenteraden van Dessel en Mol de voorontwerpen van hun partnerschappen goed. De gemeenteraad van Fleurus verwierp het voorstel van PaLoFF in 2006, waarop de gemeenteraad van Farciennes geen uitspraak deed over het dossier.

2008_Lokale partnerschappen - Partenariats locaux_ONDRAFNIRAS.jpg

NIRAS maakte de voorontwerpen van STOLA en MONA over aan haar voogdijoverheid – dat zijn de federale ministers bevoegd voor energie en economie – samen met haar eigen eindrapport.

Daarop was de federale regering terug aan zet: zij moest beslissen in welke gemeente de bergingsinstallatie zou komen. In afwachting van die beslissing bleven beide partnerschappen betrokken bij het project.

STOLA werd omgevormd tot STORA (STudie- en Overleggroep Radioactief Afval in Dessel). MONA behield haar naam, maar die stond voortaan voor ‘Mols Overleg Nucleair Afval’.

DE REGERING BESLIST

In juni 2006 hakte de regering de knoop door: de oppervlaktebergingsinstallatie zou gebouwd worden in Dessel, op een terrein dat grenst aan de gemeente Mol.

NIRAS kreeg de opdracht om het bergingsproject van a tot z uit te werken. Daarbij moest ze zowel rekening houden met de Desselse als met de Molse voorwaarden. In een uniek model van co-design tekende NIRAS daarop samen met STORA en MONA de technische en maatschappelijke aspecten van het project uit.

Masterplan 2010.jpg

2010

Die samenwerking leidde in 2010 tot de publicatie van het Masterplan. Daarin werd het voorontwerp omgezet in concrete deelprojecten. Het Masterplan vormde de leidraad bij de verdere uitwerking van het hele bergingsproject.

2018_3xG_ONDRAFNIRAS.jpg

2011

In 2011 ging de 3xG-gezondheidsstudie van start, een van de meerwaardeprojecten verbonden aan de komst van de bergingsinstallatie. Sindsdien schreven zo’n 300 moeders uit Dessel, Mol en Retie zich samen met hun kind in voor de studie.

De grootschalige gezondheidsopvolging onderzoekt de impact van leefmilieu, levensstijl en leefgewoonten op de gezondheid van moeder en kind. Binnen de studie vindt ook een vijfjaarlijkse analyse plaats van de ziekte- en sterftecijfers in de streek.

2013_Vergunningsaanvraagdossier - Dossier de demande d'autorisation nucléaire_ONDRAFNIRAS.jpg

2013

Een nieuwe mijlpaal werd bereikt in 2013. Toen diende NIRAS bij het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) de vergunningsaanvraag in voor de bouw en de exploitatie van de oppervlaktebergingsinstallatie in Dessel.

Het belangrijkste onderdeel van die aanvraag is het veiligheidsdossier. Dat document – meer dan 20.000 pagina’s dik – beschrijft alle technische en wetenschappelijke argumenten die de veiligheid van de installatie aantonen.

2016_Oprichting Lokaal Fonds - Fondation Fonds Local_ONDRAFNIRAS.jpg

2016

In juni 2016 werd het Lokaal Fonds opgericht. Het Lokaal Fonds zal eeuwenlang projecten en activiteiten ondersteunen die de welvaart en het welzijn in de regio ten goede komen.

De oprichting van een fonds met een duurzame meerwaarde voor de bevolking van Dessel en Mol was een van de voorwaarden van de partnerschappen om de bergingsinstallatie op hun grondgebied te aanvaarden.

Waar staan we vandaag?

In afwachting van de nucleaire vergunning begon NIRAS alvast met voorbereidende werken:

  • In 2014 werd de loskade aan het kanaal Bocholt-Herentals in gebruik genomen. Een ontsluitingsweg verbindt de kade met de verschillende gebouwen op de site.
  • Vier jaar later, in 2018, startte NIRAS met de bouw van enkele aangrenzende installaties. De Installatie voor de productie van monolieten (IPM) was als eerste aan de beurt, gevolgd door de caissonfabriek.
  • In 2019 werden het bezoekerscentrum Tabloo en de toegangscluster in de steigers gezet. NIRAS begon ook het terrein voor de bergingsmodules bouwklaar te maken.

Begin februari 2019 diende NIRAS bovendien haar vervolledigde veiligheidsdossier in bij het FANC: een belangrijke stap in de nucleaire vergunningsprocedure.